18-02-14

Kommil Foo brengt muzikaal eerbetoon aan 14-18

Op zaterdag 6 december 2014 komen Raf en Mich naar de Ancienne Belgique (AB) in Brussel met een voorstelling over een hoogst merkwaardig oorlogs-intermezzo.

Beeldt u in: Wereldoorlog 1, Kerstavond, middernacht.

Gezang, eerst bijna onhoorbaar zacht, maar steeds voller, steeds luider: ‘Stille Nacht’… in het Duits. En in het Engels, Frans, Nederlands…

Iemand roept:”Happy Christmas!”.

De andere kant roept terug:”Frohe Weihnachten.”

En dan gebeurt het onvoorstelbare: aan beide kanten kruipen de eerste soldaten uit de loopgraaf, en schudden elkaar de hand! Cadeaus en eten, wijn en schnapps komen tevoorschijn. Gelach, foto’s van hun kinderen, van hun vrouwen, drinken met elkaar, heel even vrienden voor het leven zijn.

Begeleid door zes muzikanten zingen Raf en Mich Walschaerts oorlogsliederen, vertellen ze ontroerende, schrijnende maar zonder twijfel ook hilarische verhalen.

 

Meer informatie op www.abconcerts.be

bestand.jpg

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Gentse cultuurwinnaars in de bloemetjes

Dinsdag 18 FEBRUARI 2014, David Van Hecke & Magali Degrande

GENT - Naar jaarlijkse gewoonte bracht Stad Gent gisterenavond alle Gentenaars samen die het afgelopen jaar een prijs wonnen in een culturele discipline. Schepen Annelies Storms noemde ze één voor één, al maakte ze de fout om Kommil Foo en architecte Marie-José Van Hee te vergeten. Ze kon het goedmaken met een extra kus en het excuus dat de lijst dit jaar wel heel uitvoerig was.

 

 

Cultuurlaureaten_Stadhuis_blog-5.jpg.h600.jpg

Cultuurlaureaten_Stadhuis_blog-9.jpg.h600.jpg

Cultuurlaureaten_Stadhuis_blog-3.jpg.h600.jpg

Cultuurlaureaten_Stadhuis_blog-12.jpg.h600.jpg

Bron: Het Nieuwsblad

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-02-14

"Gentenaars zijn rechtdoor" (De Standaard, 2004)

Opgetekend door Annelies Loosveldt -De Standaard, Zaterdag 24/07/2004, Pagina 19

 

Voor de reeks Streekgeruchten hebben we de broers Walschaerts van het duo Kommil Foo van elkaar gescheiden. Met zijn 34 jaar is Mich Walschaerts de jongste van de twee. Gisteren kwam oudere broer Raf uitgebreid aan het woord. Vandaag vertelt Mich honderduit over hoe hij Gent beleeft en over zijn verslaving aan de Gentse Feesten.

- Waar woont u precies?

Ik woon al twee jaar in de Karel Mirystraat in het centrum van Gent. Ik zocht een huis in het hart van de stad en waar het toch rustig was. In deze overwegend Turkse buurt is het, als ik mijn deur dichttrek, stil.

- Welk stukje Gent spreekt je het meest aan?

De Sleepstraat, vlak bij m'n deur. Je waant je echt in het buitenland: Turkse winkeltjes die altijd open zijn, restaurantjes uit allerlei landen en hier en daar een verloren gelopen Vlaming.

- Wat is de grootste troef van Gent?

Zonder twijfel de sfeer: geen enkele andere stad die zo weinig pretentie heeft. Dat heeft alles te maken met de mentaliteit van de Gentenaars. Mensen die ,,rechtdoor'' zijn, zeggen waar het op staat en niet omhooggevallen zijn.

- Tevreden over het culturele aanbod?

Gent is eigenlijk een groot dorp, maar heeft meer dan genoeg te bieden op cultureel vlak. Ik ga weinig naar de cinema, maar als ik ga, is het naar de Sfinx of Studio Skoop. Concerten heb je zat in Gent. Af en toe bezoek ik de handelsbeurs, waar je meer jazz en klassiek vindt, maar meestal zit ik in kleine kroegjes waar je elke dag van de week wel ergens je gading vindt. Zoals in het Trefpunt, de Charlatan of de Krawietel. De theaterplek die ik aandoe, heeft veel te maken met wie waar speelt. Omdat ik zelf veel speel en dus weinig tijd heb, komt het er dikwijls op neer dat ik in de namiddag of op een maandag een try-out meepik.

- Is er een evenement dat je nooit mist?

De Gentse Feesten natuurlijk. Ik schat dat we nu met Kommil Foo toch al een jaar of vijftien onafgebroken op de Feesten spelen. Thuis spelen is sowieso de max en een doel in je dag hebben tijdens de Feesten is ook nooit slecht. Kwestie van niet letterlijk te verdrinken.

 

- Welke Gentenaar verdient een standbeeld volgens u?

Een standbeeld voor de burgemeester is er misschien wat over, maar ik ben wel fier dat Gent nog altijd de stad is waar het Vlaams Blok het laagst scoort.

 

- Waar zou je, behalve in Gent, nog willen wonen?

Zoals iedereen denk ik er ook wel aan om later te verhuizen richting groen. Met vrouw en kroost romantisch tafelen in de zonovergoten tuin, terwijl de lammetjes in mijn oor mekkeren dat ik goed bezig ben. Maar nu ben ik nog jong en gespierd en geniet ik nog te veel van de stad, Gent of Brussel. Zoals elke goede Vlaming heb ik lang mijn hoofdstad niet gekend. De laatste jaren kom ik er meer en hoe beter ik het leer kennen, hoe toffer ik het vind.

 

- Doet u zelf de boodschappen?

Ik winkel in de Delhaize of in de Turkse winkeltjes in de buurt. Die zijn laat open en verkopen vaak erg verse waren.

- Kent u een streekgerecht en kan u het bereiden?

Gentse stoverij, fantastisch lekker. Het moet iets zijn met rundsvlees, niertjes, levertjes, maar zelf klaarmaken, ho maar!

- Heeft u een stamcafé?

Stamcafés verschuiven bij mij om de zoveel jaar. De laatste tijd zit ik het meest in café Manteca. Een gezellige kroeg, waar je in de namiddag rustig je krant kunt lezen, s avonds dik pinten kunt pakken en s nacht kunt genieten van lekkere whisky bij fantastische jazz.

- Hebt u een favoriet restaurant?

Ik heb eigenlijk een paar favorieten. Als ik er eentje moet uitpikken: De Lieve, een soort eetcafé waar je altijd dagspecialiteiten kan eten tegen een democratisch prijsje. Zeer ongedwongen sfeertje, perfect getapte pinten en rechttoe-rechtaan bediening. De specialiteit is trouwens Gentse stoverij, misschien toch eens het recept vragen.

- Waar bent u voor het laatst op restaurant geweest?

Een tijdje geleden ben ik de verjaardag gaan vieren van vrienden in restaurant The House of Elliot. Echt een aanrader, Franse keuken, zeer fijn, toffe uitbaters: top in Gent.

 

- Naar waar gaat de vakantie deze zomer?

Schrijven met Raf op een Grieks eilandje is ondertussen een vaste gewoonte geworden. Een uur of vijf per dag werken en voor de rest genieten van al wat de Grieken te bieden hebben. Eind augustus ga ik twee weken naar Corsica met mijn vriendin. De Frans-Spaans-Italiaanse sfeer daar zal mij wel liggen. In september nog eens twee weken afzondering op dat Griekse Alcatraz. Om me kapot te werken, arme ik. Mijn mooiste vakantie was zes maanden Afrika. Ginder een jeep gekocht en dan je neus volgen door het intrigerende Afrika, confronterend, relativerend en relaxerend tegelijk.

- Leest u tijdens de vakantie?

Ik heb in Griekenland Geheime Kamers van Jeroen Brouwers en Boek van Violet en Dood van Gerard Reve gelezen. Ik heb redelijk veel boeken thuis in de vorm van een verspreide bibliotheek: een doos in de kelder, twee schappen in de woonkamer, drie stapels in mijn bureau en nog een aantal uitgeleende aan god-weet-wie. Enkele van mijn favoriete auteurs zijn: Philip Roth, Meir Shalev, Harry Mulish en sinds kort ook Gerard Reve.

- Is er iets dat u al jaren van plan bent, maar dat er niet van komt?

Ik zou graag kunnen vioolspelen als Paganini, kunnen songschrijven als Costello, mijn huis tot een paleis verbouwen en me bekeren tot het vaderschap. Gelukkig heb ik nu een paar maanden vrij, dus dat komt allemaal wel goed.

FRDO_KOMM.MM.jpg

In deze vakantiereeks polsen we bij bekende of opmerkelijke streekgenoten naar hun banden met hun stad of gemeente. Waarom zijn ze daar neergestreken? Is hun home hun castle? Diep geworteld in de klei van hun woonplaats of net niet ? Nuchtere nieuwkomers en honkvaste chauvinisten, mannen en vrouwen, auteurs en artiesten, entrepreneurs en entertainers, politici en commercanten op wie de schaduw van kerktoren of belfort valt.

Andere afleveringen uit deze reeks vindt u op www.standaard.be/streekgeruchten.

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

15-02-14

"Ik voel me een echte Gentenaar" (De Standaard, 2004)

Opgetekend door Annelies Loosveldt - De Standaard, vrijdag 23/07/2004, Pagina 19

Raf (38) Walschaerts vormt samen met zijn broer Mich (34) al vijftien jaar het duo Kommil Foo. Omdat ze als muzikale theatermakers altijd met zijn tweeën opduiken, laten wij ze hier een voor een aan het woord. Raf, Gentenaar uit overtuiging, bijt de spits af. Broer Mich mag morgen zijn zeg doen.

Streekgeruchten / Raf Walschaerts, helft van Kommil Foo

- Waar woont u precies?

In Mariakerke, vlak bij Gent. In een oud landhuis midden in een park, dat we delen met een handvol muzikanten. Een heel charmante en sfeervolle plek.

- Altijd in Oost-Vlaanderen gewoond?

Twintig jaar woon ik nu in Gent, waarvan acht in Mariakerke. Mijn jeugd heb ik beleefd in Essen. Dat ligt boven Antwerpen, tegen de Nederlandse grens. Overigens een mooie jeugd!

- Welk stukje Gent spreekt u meest aan?

Ik houd de laatste jaren erg van de sfeer in Oudburg, een straat in het hartje van Gent. Kleine winkeltjes, restaurants van de hele wereld, en een zuiderse chaotische sfeer.

- Wat is de grootste troef van Gent?

Mijn appartement is super-rustig! Onder het dak, met uitzicht op het park met de vijver. Ik kom dus graag thuis na een lange reis... Overigens voel ik me na twintig jaar echt Gentenaar, en kom altijd graag thuis in de stad. Gentenaars zijn erg relaxed, laconiek ook en vol humor.

- Tevreden over het culturele aanbod?

Er is een waanzinnig aanbod in Gent! Mijn vriendin houdt erg van film, dus ben ik de laatste jaren regelmatig te vinden in Studio Skoop op het Sint-Annaplein of in Sfinx op de Korenmarkt. Daarnaast volg ik graag wat er op theatergebied gebeurt, en dat is veel in Gent. Een van de leukste plekken is het Nieuwpoorttheater, vooral sinds toneelgroep Ceremonia er vaak speelt, een van mijn favoriete gezelschappen. Met Kommil Foo spelen we erg vaak in het Groot Huis, een zalige schouwburg! Oud en zwanger van sfeer. Ik blijf dus niet op mijn culturele honger zitten. Integendeel... indigestie vermijden is de boodschap !

- Is er een evenement dat u nooit mist?

De Gentse Feesten wegens enerzijds niet te vermijden, anderzijds much fun!

- Staat er in Gent een standbeeld of gebouw dat voor uw part gesloopt moet worden?

De McDonald's op de Korenmarkt. Dat is niet echt een toonbeeld van middeleeuwse architectuur.

- Waar zou u, na Gent, nog willen wonen?

De wereld wordt steeds kleiner en ik kan me dus perfect voorstellen ooit eens in Frankrijk of Italië te wonen.

- In wat voor huis woont u?

Een appartement dus, maar een appartement in een grote tuin (het park) waar ik zelf niet in hoef te werken, maar toch van mag en kan genieten! Ideaal voor mij, tuinieren is niet aan mij besteed...

- Van waar is uw partner afkomstig?

Mijn huidige vriendin is van en houdt enorm van Gent. Komt goed uit.

- Hoe is de relatie met uw buren? Weten ze wie u bent?

Ik heb fijne buren! Links woont een bekend Nederlands chansonnier (als hij in België is). Onder woont onze nationale bluestrots en de huisbaas is een goede harmonicaspeler en zanger! We weten dus waarover te praten bij ons in huis...

- Wordt u vaak herkend op straat?

Vaak, maar meestal op een fijne manier. Als mensen genoten hebben van een voorstelling die we speelden, en dat komen zeggen: altijd ok!

- Doet u zelf boodschappen?

Elke week ga ik naar het warenhuis in Mariakerke, als het even kan samen met mijn vriendin. Dat is best ontspannend. Vooral Griekse yoghurt kopen, mijn verslaving.

- Koopt u ook uw kleren en schoenen in Gent?

De jongste jaren draag ik graag kostuums, die laat ik maken door een fantastische naaister. Perfect op maat en helemaal zoals ik het zelf wil. Hemden en dassen koop ik in Gentse boetiekjes.

- Kent u een streekgerecht of andere specialiteit?

Ik ken maar één streekgerecht en dat is Gentse waterzooi, maar vraag me niet hoe je dat maakt... Koken doe ik even slecht als tuinieren.

- Spreekt u Gents?

Neen, een dialect is moeilijk te leren. Bovendien houd ik veel van het Antwerps. Mijn hele familie spreekt het, en sappig.

- Heeft u een stamcafé?

Tegenwoordig ga ik weinig op café, maar als ik ga is het meestal in de Hotsy-Totsy in de Hoogstraat: goede jazz en crooners, en veel schoon volk!

- Hebt u een favoriet restaurant?

Een paar favoriete plekken: Aperto Chiuso in de sleepstraat voor de pasta, Baan Thai in het patershol, de Blauwe Zalm in het patershol voor de vis, het Pakhuis achter de Korenmarkt. Daar hebben ze van alles, maar lekker!

- Doet u aan sport?

Joggen in het park van Mariakerke. Traag als een slak, puffend als een stoomtrein, zwetend als een paard, maar altijd blijgezind.

- Weet u wie hier burgemeester is?

Gent wordt fatsoenlijk bestuurd, daarover is iedereen het tegenwoordig wel eens. En je merkt het ook gewoon in de stad. Burgemeester Beke ken ik vanzelfsprekend, maar alle schepenen opnoemen lukt me in geen geval. Nationaal en internationaal de situatie min of meer proberen te volgen is al moeilijk genoeg.

- Naar waar gaat de vakantie deze zomer?

Dit jaar is het een echte reis-zomer: eerst Griekenland, op de terugweg stoppen in Italië. Bij terugkomst elf voorstellingen spelen tijdens de Gentse Feesten in het Groot Huis, in september weer schrijven in Griekenland, en in oktober stappen in de Spaanse natuur. Tegen dan moeten de batterijen weer opgeladen zijn!

- Leest u tijdens de vakantie?

 

Ik lees veel in de vakantie. Heb net het beste boek ooit gelezen: Fontanel van de joodse schrijver Meir Shalev. Fantastisch.

FRDO_RAF.MM.jpg

In deze vakantiereeks polsen we bij bekende of opmerkelijke streekgenoten naar hun banden met hun stad of gemeente. Waarom zijn ze daar neergestreken? Is hun home hun castle? Diep geworteld in de klei van hun woonplaats of net niet ? Nuchtere nieuwkomers en honkvaste chauvinisten, mannen en vrouwen, auteurs en artiesten, entrepreneurs en entertainers, politici en commercanten op wie de schaduw van kerktoren of belfort valt.

Andere afleveringen uit deze reeks vindt u op www.standaard.be/streekgeruchten. 

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

The Incredible Time Machine - People Have The Power To Love

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-02-14

Stoomboot - Concepten

Kommil Foo als backing vocals

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-02-14

Tante Liz

Nieuwe column van Raf voor demens.nu!

Koortsachtig proberen iets te vergeten? Onbegonnen werk. Hoe meer je je best doet, hoe minder het lukt. Denk nu, beste lezer, NIET aan een roze koe. Onmogelijk. Het is dezelfde paradox: vergeten kun je niet wensen. Vergeten overkomt je. Het verleden vervaagt. Zinkt haast onmerkbaar onder een dichte, alles verhullende sluier. Onbereikbaar, elke dag meer. Vergetelheid is de laatste realiteit. En toch…hier en daar een beeld, een herinnering. Een tafereel dat zich blijvend ontworstelt uit die donkere poel van vergetelheid. Niet noodzakelijk een belangrijk of significant beeld. Evengoed een triviaal detail. Dit is één van de beelden die blijft: Zomer op de buiten. Wekenlang logeren bij tante Liz en nonkel Fred. (Nonkel Fred, de goedlachse. Tante Liz de lieve schat, maar ook de schichtige, met de blik van de opgejaagde). Eten aan een lange tafel, buiten op het erf: de kinderen aan één kant, tante Liz en nonkel Fred aan de ander kant. En Phil natuurlijk. Phil was er altijd. Phil zat naast Liz. Tussen Fred en Liz in. Altijd. Phil was haar oudste broer (nonkel Phil) en naar verluidt vroeger, lang geleden toen ze zelf kind waren, Phil en Liz, een heel verstandige, grappige jongen. Altijd lachen geblazen met Phil: deed, tijdens het bidden voor de maaltijd, alsof hij in slaap gevallen was. Bleef dan met zijn handen gevouwen en zijn ogen dicht, stijf onbeweeglijk zitten en begon zachtjes te snurken. Viel boem!…van zijn stoel op de grond en sliep zogezegd verder onder de tafel. Lachen jongen! En dat in de tijd, ik spreek over 65 jaar geleden, in de tijd dus dat God nog springlevend was. Je kon ter plekke van je paard gebliksemd worden als je snurkte tijdens het bidden…dat gebeurde toen heel courant!

Ander voorbeeld: hé jongens wie kan dit? En dan pakte hij, Phil, 2 eieren uit zijn zak: tok!…tegen zijn voorhoofd…rustig die schaal eraf, en hap…binnen. Ok Liz, probeer maar…en mijn tante, 8 jaar en trots als een pauw, het water in de mond om dat ei te kunnen binnenspelen (het was in de jaren na de oorlog, en ze zaten daar zonder overdrijven met grote honger aan tafel, het was absoluut geen vetpot bij mijn tante thuis met 11 kinderen)…dus zij met grote ogen: tok!! Het andere ei tegen haar voorhoofd…zachtgekookt natuurlijk…haar lange haar onder de eiersmurrie…lachen jongen…brul-len-van-het-lachen!

Ja, nonkel Phil, dat was me een grapjas. Veel later hoorde ik dat hij toentertijd verschrikkelijke dingen heeft gedaan bij tante Liz. Zij was 8 en klein, en hij was 11 jaar ouder, dus groot, en hij deed met haar wat hij eigenlijk met de meisjes uit het dorp had moeten doen, en is dat blijven doen tot mijn tante 17 was, en tot hij, gelukkig voor haar, met 20 pinten in zijn lijf, gestruikeld is over een tuinslang op het erf, en verdronken is in de goot. Geen grap…verdronken in de goot, in 5 cm water. Oef. Geen uur te vroeg. De klootzak.

Geen uur te vroeg, maar veel en veel te laat voor mijn tante, want zoals ik al vertelde: nonkel Phil zit tot de dag van vandaag naast haar aan tafel. Loopt ook mee de trap op 's avonds, kruipt mee in bed, ligt dan doodgemoedereerd tussen haar en nonkel Fred in, mengt zich onbeschaamd in hun gesprekken... En dat alles maakt mijn tante tot mijn tante: een muisje, zacht en lief maar schichtig ook en bang en zelden of nooit rustig in het hart. De blik van de opgejaagde in de ogen. Ik schrok niet toen ik de ware toedracht hoorde. Ik had al zoiets vermoed. Ik zag dat tante Liz niet alleen door het leven ging. Ik zag dat er iemand over haar schouder meekeek, meesprak door haar mond, en na al die jaren zelfs mee huilde door haar ogen.

Vergeten mag je niet wensen. Als je het wenst, lukt het niet. Vergeten mag je wel iemand anders toewensen. Dat wel. Ik wens het haar toe, moedige tante Liz: vergeten. En verder leven. Alsnog.

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-02-14

“Wie het hardst roept, heeft het kleinste pietje”

09.01.2013

Wie de nieuwe Kommil Foo-voorstelling ‘Breken’ al heeft gezien, krijgt met de release van de dvd/cd de kans om tot in het kleinste detail het meesterschap van Raf en Mich Walschaerts te fileren. Maar niet alleen de mooie beelden in een uitgekiende regie overtuigen, de bijgevoegde cd met daarop vijf songs is meer dan sterk genoeg om op zichzelf te staan.

Kommil Foo is al twee decennia lang een keurmerk waarin de zoektocht naar de essentie van een woord, verhaal, beeld of gespeelde noot centraal staat. ‘Breken’ is dan ook een zeer pure en intieme voorstelling en net daardoor uitermate geschikt om ook op dvd in de huiskamer geconsumeerd te worden, al blijft een live-ervaring nog steeds ‘the real thing’. De manier waarop de kwetsbare mens met al zijn goede bedoelingen toch in een vat van leugens en bedrog kan ondergedompeld worden, geeft stof tot nadenken. En naast de dvd is er ook de cd waarvoor de broers met een volledige band de studio introkken.

Muzikaal gesproken staan jullie weer een trap hoger op de evolutieladder, niet?

Raf: «Het is moeilijk om daar zelf over te oordelen, maar ik ben wel zeer tevreden over het resultaat. We krijgen wel meer de vraag of we geen cd zouden kunnen maken zonder een voorstelling en dat zou best lukken, alleen is het niet onze core business. Elk lied dat we schrijven moet uitvoerbaar zijn binnen een theatercontext en dat bepaalt natuurlijk zeer veel. De liederen zijn daardoor zeer verhalend, gelaagd en complex. (lachend) Niet bepaald de gedroomde formule om een hit te schrijven.»

Voor deze release hebben jullie vijf nummers opnieuw opgenomen met een volledige band onder de productionele leiding van accordeonist en ­bandoneonspeler Gwen Cresens.

«In tegenstelling tot wat de gemiddelde cabarettier doet, mag het iets meer zijn wanneer we over de muziek spreken. We zetten de nummers uit een voorstelling niet zomaar op een plaat. We beschouwen zo’n opname als een volwaardig medium, alleen blijven we natuurlijk die link hebben met de voorstelling. Dat is nog iets anders dan een plaat opnemen met twaalf nummers die niet gebonden zijn door een bepaald thema. Maar met mijn verteltalent en het zangtalent van mijn broer zouden we best een ‘reguliere cd’ kunnen opnemen, al is dat niet aan de orde.»

Ben je dan nog verrast door die nummers wanneer je ze na een maandenlange intieme theaterbehandeling door de vingers van een hele band laat glijden?

«Natuurlijk ben je dan nog verrast en zeker na de mix van Jo Francken was ik helemaal in het reine met die nummers en de arrangementen. Vooral over ‘Potvis’ ben ik zeer tevreden. Toen ik dat geschreven had, was ik heel even bijzonder trots op mezelf en dat geeft een bijzondere kick. Ik heb echt lang getwijfeld over de opnames van deze plaat en er lang aan gesleuteld, maar uiteindelijk is alles op zijn plaats gevallen.»

‘Linkerschoen’ klinkt als een impressionist die schildert met noten.

«Mooi dat te horen, al heeft het heel wat versies nodig gehad om tot dit resultaat te komen. De tekst kwam er plots uit toen ik in bad zat. Noem het gerust een ‘lucky shot’, een gedachte die er in één gulp uitkwam en dan ook meteen werd vastgelegd. Impressionistisch dus. Verder hoeven we geen rekening te houden met een vaste popstructuur en kunnen we de tijd nemen om een verhaal te vertellen binnen een song. En we hebben nog nooit zo veel reacties gehad als op ‘Potvis’. Sommige mensen vertelden me dat ze het op de radio in de auto hoorden en stopten om geconcentreerd verder te kunnen luisteren. Dat is voor een groot deel ook de verdienste van de muzikanten die de sfeer perfect aanvoelden.»

Jullie komen zowel theatraal als muzikaal steeds dichter bij de essentie.

«Het is de enige weg die je kan volgen, de weg in de diepte. Anders lukt het niet om honderden voorstellingen te spelen en gefocust te blijven. Wanneer we nog maar één stap op het podium gezet hebben, verkeren we in een staat van opperste concentratie. We zijn best ontspannen in de coulissen voor we op moeten, maar wanneer je bijvoorbeeld in de Gentse Capitole speelt voor zo’n 1.500 man slik je nog steeds even. Het wordt dus best een spannend weekend.»

Het blijft me verbazen hoe jullie in enkele minuten een volledig verhaal kunnen vertellen. Terwijl je de essentie hoort op het podium, zorgt je geest gelijktijdig voor een bredere omkadering die de fantasie prikkelt.

«Daar werken we zeer hard aan. Daarom is het erg belangrijk om de sfeer en de boodschap of verhaallijn al in enkele minuten vast te leggen voor je aan een song begint. We geven de toeschouwer de nodige bagage mee in zijn hoofd en dan doet de fantasie en het inlevingsvermogen de rest. Ik ben er van overtuigd dat je een goed verhaal in één minuut aan de toog van een café moet kunnen vertellen terwijl je een pint bestelt. We doen al die repetities en try-outs dan ook om elk overbodig woord weg te filteren. En op die manier krijgen we een samenhangende voorstelling. Wanneer je aan het schrijven bent, heb je daar nog geen benul van. We beginnen met drie à vier uur bruikbaar materiaal en snijden dan stuk voor stuk al het overtollige vet weg. Goede grappen of nummers die de voorstelling niet dienen, moet je durven weglaten.»

Dat kan alleen maar omdat je ondanks de twijfel toch vertrouwen hebt in een goede afloop.

«Zo is het. Ondanks de twijfel toch vertrouwen hebben, want het zijn de twee polen waartussen je heen en weer laveert. Gelukkig worden we al jarenlang omringd door de juiste mensen en dat helpt om die constante onzekerheid tot iets moois te laten uitgroeien. Creativiteit is een klein, onzeker ventje dat tijd nodig heeft om tot volle bloei te komen. (lachend) Wie het hardst roept en de grootste mond opzet, heeft vaak het kleinste pietje.»

(Bron: Metro, Vief.be)

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

07-02-14

Artiest Geboekt met Mich Walschaerts

Zondag 30.03.2014 om 11:00 uur in Bibliotheek De Wolfsput

Artiesten op doortocht langsheen de cultuur- en gemeenschapscentra houden even halt in de bibliotheken voor een goed gesprek. In bib De Wolfsput in Dilbeek bespreekt gastheer en interviewer Huug Geervliet met Mich Walschaerts de boeken die zijn leven hebben gekleurd.

Reservatie wordt sterk aanbevolen en kan online of via de ticketbalie van Westrand.

 concertnieuws.jpg

 Foto: Concertnieuws.be

Artiest Geboektis een samenwerking tussen de cultuur- en gemeenschapscentra en de bibliotheken uit de cultuurregio Pajottenland & Zennevallei, met de steun van Vlabra’Ccent vzw.

Bron: Westrand.be

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27-01-14

Maaike Cafmeyer en Kommil Foo zingen voor mensen met autisme

MAANDAG 27 JANUARI 2014, 08U00

Door Magali Degrande

GENT - Zondagochtend werd het nieuwe sociale project ‘En pASSant’ officieel voorgesteld, een centrum in Ledeberg voor volwassenen met ASS (een autismespectrumstoornis), Dezelfde avond nog kropen onder andere de broers Walschaerts van Kommil Foo, Mathias Sercu en Maaike Cafmeyer samen op het podium in de Gentbrugse Buso-school Sint-Gregorius om het project financieel te steunen met een benefietconcert.

Met het ingezamelde geld willen het ortho-agogische centrum De Beweging en Sint-Gregorius mensen met ASS vooral ondersteunen in de zoektocht naar werk. Marnix Polfliet, agogisch directeur van het OC De Beweging, verwoordde het zo: ,Naast het aanbieden van begeleiding wil ‘En pASSant’ ook, en misschien vooral, een ontmoetingsplek zijn, waar iedereen zonder verdere verplichtingen gewoon kan binnenspringen om een koffie te komen drinken.'

Het benefietconcert was in ieder geval een succes. De zaal zat vol en ook op het podium heerste een gemoedelijk sfeertje. Omdat Raf Walschaerts zijn broer Mich had meegebracht, koos Sercu (op ukelele) ervoor om ook de zijne te vragen, net als zijn vrouw en een goede vriend, en ook Maaike Cafmeyer trad aan aan de zijde van haar wederhelft, de cellist Frans Grapperhaus.

Alle aanwezigen kregen trouwens in primeur het liefdesliedje te horen dat Grapperhaus speciaal voor Cafmeyer geschreven heeft. ‘Ik en gie,‘tis toch allemaal zo moeilijk niet?' : eenvoudig, maar liefdevol in een charmant, gezongen West-Vlaams.

Ook Kommil Foo was in topvorm en kreeg bijvoorbeeld met het nummer ‘Worsten’ zelfs Grapperhaus aan het dansen. De broers kregen onder andere ook nog gezelschap van schooldirecteur Polfliet (op doedelzak en fluit) en van iemand met ASS- die een mooie Phil Collins-cover wist neer te zetten.

benefietconcert_voor_autisme-19.jpg.h600.jpg

 

benefietconcert_voor_autisme-21.jpg.h600.jpg

benefietconcert_voor_autisme-22.jpg.h600.jpg

benefietconcert_voor_autisme-25.jpg.h600.jpg

benefietconcert_voor_autisme-26.jpg.h600.jpg

benefietconcert_voor_autisme-27.jpg.h600.jpg

benefietconcert_voor_autisme-28.jpg.h600.jpg

benefietconcert_voor_autisme-32.jpg.h600.jpg

benefietconcert_voor_autisme-33.jpg.h600.jpg

benefietconcert_voor_autisme-34.jpg.h600.jpg

benefietconcert_voor_autisme-38.jpg.h600.jpg

benefietconcert_voor_autisme-40.jpg.h600.jpg

Bron: Het Nieuwsblad

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Interview met Raf (Intervista)

Raf Walschaerts: ‘Wat ik doe, dit beroep, valt zo goed samen met mij. Dat gaat zelfs boven het concept geluk’

door Mikaël Soinne | jan 24, 2014 | Cultuur, Media

“Het moet echt de moeite waard zijn om met twee te zijn, anders ben ik liever alleen.” Privé is cabaretier Raf Walschaerts naar eigen zeggen een ‘mono-man’. Professioneel vormt hij al meer dan 25 jaar een duo met zijn broer Mich. “Een voorstelling van Kommil Foo is de sfeer op een koffietafel na een begrafenis, maar als iedereen al vijf pinten op heeft.”

Een zaterdagochtend in Sleidinge. Na minutenlang aanbellen doet Raf Walschaerts open. Verwaaide haren, kleine oogjes, gekleed in kamerjas. ‘Sorry mannen, ik heb me verslapen. Het was 4 uur vannacht.’ Walschaerts is na een voorstelling de avond voordien, blijven plakken. ‘Gelukkig heb ik geen kater. Want ik drink niet meer.’
Terwijl hij zich verfrist, nemen wij de ruimte in ons op. Jarenlang woonde de oudste van het Kommil Foo-duo in Mariakerke, waar hij samen met onder meer Roland Van Campenhout en Bram Vermeulen een kasteeltje huurde. “Liever het kasteel delen met anderen dan helemaal alleen in een huis”, verklaarde Walschaerts toen. “Het is niet zonder reden dat ik een loft huur. Ik huur al 20 jaar. Sommigen verklaren me gek, maar ik zie vaak mensen die zich dik in de schulden steken om toch maar een huis te kunnen kopen. Dat is pas gek.” Dat was toen. Sinds enkele jaren is Raf Walschaerts eigenaar van een knap gerenoveerde boerderij in Sleidinge.

Dan toch iets gekocht?
Raf Walschaerts: “Heel je leven blijven huren, zou ook een mogelijkheid zijn. Je weet wat je betaalt. Het was niet uit principe dat ik nooit iets gekocht heb. Gewoon uit luiheid. Ik heb tot hier toe niet het stabiele leven geleid om te denken: ik ga mij settelen, een gezin stichten, een huis kopen.”

Jullie zijn met Kommil Foo begonnen zonder geld en zonder plan.
Walschaerts: “Zoals iedereen. Gewoon een groepje beginnen, zoals miljoenen mensen doen. Ik was 21 en mijn broer Mich 17. In 1986 hebben we voor de eerste keer samen een vrij podium gedaan. Ik studeerde toen Psychologie in Gent en ben nog net afgestudeerd geraakt. We hebben vijf jaar theater gemaakt in cafés, nadien een eerste keer in een cultureel centrum mogen spelen. En zo is het stilletjes aan begonnen. Eerst in Nederland doorgebroken, dan in België.”

Inderdaad, in ’92 won Kommil Foo de Camarettenprijs, het caberetfestival in Nederland.  
Walschaerts: “Klopt. In Nederland had je zo’n heel circuit, nu nog steeds, met wedstrijden. En als je die won, kon je vertrekken.”

En die vijf jaar voordien, waar het wachten was op de doorbraak, leefden jullie toen van de hemelse dauw?
Walschaerts: “Wij zijn onmiddellijk van Kommil Foo beginnen leven. Ongelooflijk, als ik er nu aan terugdenk. Ik weet nog dat we in die tijd – de jaren ’80 – 3.000 frank vroegen, dat is nu 75 euro. Zelf hadden we twee lampen. We vroegen een vriendin of vriend om de techniek te doen. Mich en ik kregen elk 1.500 frank, en we hadden wel elke week ergens een optreden. Zo leefden we eigenlijk. In ons leven hebben we allebei nooit iets anders gegaan dan dit.”

Was je aan het wachten op de doorbraak, of vond je het goed zoals het liep?
Walschaerts: “Nee, we waren ambitieus. We vonden onszelf goed. En we vonden het onrechtvaardig dat de wereld dat niet vond. (lacht) En dat moet ook zo, natuurlijk. Als je er zelf niet in gelooft, kan het nooit iets worden. In die tijd zeiden de mensen ons: ‘Mannen, wat zijn jullie eigenlijk? Zangers? Komieken? Neem een drummer en bassist en begin een groepje.’ De mengvorm die we deden, bestond in België toen niet. Achteraf ben ik heel blij dat we niet meteen in culturele centra begonnen zijn. We hadden echt onze tijd nodig om onze stijl te vinden en iets of wat niveau te halen. We hebben allebei geen opleiding genoten, kunnen geen noten lezen, hebben geen toneelschool gedaan. Wat iemand anders op een toneelschool studeert, hebben we eigenlijk zelf tijdens die vijf jaar moeten leren. Pas later hebben we regie en coaching gekregen. We zijn echt autodidacten. Mochten we Conservatorium gevolgd hebben, deden we niet wat we nu doen. We hebben een beetje een unieke positie in Nederland en België.”

Jullie vroegen destijds 3.000 frank per optreden. Hoe verhoud jij je algemeen tegenover geld?
Walschaerts: “Mijn broer heeft na vijf jaar op het punt gestaan om te stoppen met Kommil Foo. Omdat het te veel vroeg van ons. Hij wilde een gewoner leven. En hij wilde geld hebben. Want wij hadden nooit geld. Mijn broer wou een frituur beginnen. Ik heb hem kunnen overtuigen dat hij toch een zeker talent had om Kommil Foo te doen. (lacht) Het heeft geen haar gescheeld of hij was gestopt.”

En hoe heb je hem overtuigd?
Walschaerts: “Geen idee eigenlijk. Maar we kunnen goed babbelen, hè. We zullen er toen – twintig jaar geleden – lang over gebabbeld hebben.”

Net in die periode wonnen jullie die prijs in Nederland.
Walschaerts: “Wel ja. En net daarna begon het te komen. En dan was het goed en wel vertrokken. Maar Mich heeft nog tien, vijftien jaar nodig gehad om zich te verzoenen met het idee ‘dit is wat ik ga doen in mijn leven’. Ik niet. Ik was enorm gedreven. Ik studeerde Psychologie, maar wist: ‘oké, ik ga dit afmaken, maar ik wil eigenlijk spelen’.”

Ben of was jij dan de drijvende kracht achter Kommil Foo?
Walschaerts: “Ik mag dat zo niet zeggen. Ik ben ook de oudste broer. We zijn verschillende karakters. Hij is meer laid back. Ik ben impulsiever, meer gedreven, iemand die altijd blijft schrijven. Mich kan die knop uitzetten, ik niet. Daar ben ik soms wel jaloers op. Hij heeft een knop, ik niet. Zo’n duo, meer dan 25 jaar, is niet alleen een kwestie van het publiek laten lachen en doen ontroeren. Er komen ook allerlei factoren bij kijken die je niet in de hand hebt. Factoren die ervoor zorgen dat je er mee stopt. Bij ons klopt die combinatie blijkbaar. We zijn complementair, terwijl we toch heel anders zijn. We zijn één keer enkele uren gesplit, onderweg van Deventer naar huis. Gewoon een menselijke wrijving.”

Jullie zijn zonen van een dancinguitbater.
Walschaerts: “(lacht) Wel, mijn vader is eigenlijk altijd leraar geweest. Een echte Antwerpenaar die naar Essen verhuisd is, een dorp tegen de Nederlandse grens, omdat hij daar les kon geven. Ik was 3 jaar toen we verhuisden. Rond zijn vijftig wilde hij tijdelijk iets anders doen – het voordeel van in het onderwijs staan. Hij is zot van koers, daarom wilde hij een hotdogkraam beginnen en op wielerwedstrijden staan. Toen hij een tweedehands camionnette zocht, zag hij een oude boerderij op een goede plek: op het kruispunt van twee wegen. Een paar maanden later ging een dancing open. Hij heeft dat vijf jaar uitgebaat, met succes. Nadien heeft hij de dancing overgegeven en gaf hij terug les.”

Ik neem aan dat die dancing jou niet muzikaal gevormd heeft?
Walschaerts: “Nee. Wij kwamen niet in de dancing van mijn vader, want daar speelden ze disco. Een commercieel ding. En ik was toen tegen commercie. (glimlacht) Terwijl ik naar Bob Dylan en Neil Young luisterde. Maar mijn vader heeft mij wel muzikaal gevormd, door de fantastische platen die hij had: Ray Charles, Elvis, Toon Hermans. En de eerste plaat van Herman Van Veen in de jaren ’70, ook dit heeft Kommil Foo sterk beïnvloed. De platen van mijn vader staan hier nog trouwens (wijst naar de wandkast, MS).”

Heb je de muzikanten die je opsomt later ook op een podium gezien?
Walschaerts: “Ja. Ray Charles en Toon Hermans heb ik nog zien optreden. Met Herman Van Veen heb ik al op een podium gestaan. Elvis heb ik natuurlijk nooit gezien. Ik herinner me wel nog het moment dat Elvis dood was. Bij ons thuis was er consternatie, vooral bij mijn pa. Wij gingen die dag met het gezin naar een pretpark – de Efteling, denk ik. Ik was toen 11, mijn broer 7 en mijn zus 2. We waren ’s morgens boterhammen aan het eten, klaar om te vertrekken. En toen zeiden ze dat Elvis dood was.”

En ben je toen nog naar de Efteling gegaan?
Walschaerts: “Jaja. We zijn gegaan. Maar mijn vader was er wel niet goed van.”

 

MIX TUSSEN SERIEUX EN SLAPSTICK

Was je als kind al de vrolijke Frans, de cabaretier in het gezin en op familiefeesten?
Walschaerts: “Vrolijke Frans is een woord dat absoluut niet bij mij past. (lacht) En zeker op het podium niet. Ik ben in het echte leven vrolijker dan op het podium, denk ik. Ook nu met de solovoorstelling ‘Jongen Toch’. Ook al denk ik dat ik een vrolijke voorstelling maken, dan nog druipt ze van deweltschmerz en de melancholie. Daar drijf ik artistiek echt op.”

Maar Kommil Foo brengt humor, dat bedoel ik.
Walschaerts: “Ja, we brengen humor. Maar daar zit altijd iets pijnlijk of triestig in, hè. In het echte leven ben ik geen grappige gangmaker. Ik was als kind ook niet de cabaretier. Wel speelde ik al van mijn 13 jaar in een groepje. En het feit dat we niet naar Studio Herman Teirlinck of het Conservatorium gegaan zijn, was omdat we van het bestaan gewoon niet af wisten. Dat dit een optie was, daar heb ik nooit aan gedacht. Dat komt misschien ook omdat we in Essen woonden. Terwijl ik wel fel met Nederlandstalige muziek bezig was en al zelf liedjes schreef.”

Na de Camarettenprijs kwam jullie verschijning in het tv-programma Morgen Maandag. We gaan het verhaal niet opnieuw vertellen. Alleen: het straffe vind ik dat weinigen nog die associatie met Kommil Foo maken.
Walschaerts: “Gelukkig. Op dat vlak is dat bij ons fantastisch gelopen. Wij zijn nu bekend zonder bekend te moeten zijn. Een fantastische positie. Mensen komen naar onze voorstellingen. Maar als ik op straat loop, heb ik geen problemen. Wij zijn geen televisiefiguren meer – we doen bewust geen series op tv, we zijn cabaretiers en geen acteurs – maar we zijn wel bekend genoeg opdat alle zalen vol zitten. Want je mag nog zo goed zijn als je wil, mensen moeten wel weten dat je speelt.”

Mensen komen niet naar een optreden van Kommil Foo voor de pure lach, lijkt me.
Walschaerts: “Zeker nu niet meer. Het kost jaren om die positie te bemachtigen. Om een publiek te laten inzien: ‘Het is echt niet een avondje billenkletsen, maar je moet toch komen kijken’. (lacht) Dat heeft ons vele jaren gekost. Over de grappige scènes wordt het meest gesproken. Op de serieuze stukken rekenden veel mensen niet, tot tien jaar geleden. Nu – de laatste tien jaar – komen de mensen net voor die mix tussen sérieux en slapstick naar ons kijken. De sfeer op een koffietafel na een begrafenis, maar als iedereen al vijf pinten op heeft. Een kruispunt tussen toneel, cabaret en concert. Een voorstelling van ons wordt nooit vergeleken met iemand anders. Dat vind ik een heel fijne constatatie.”

Een mooie uitspraak van jou: ‘Op de planken kan ik volgens mij veel meer voor iemand betekenen dan als psycholoog’.
Walschaerts: “Daar ben ik van overtuigd. (glimlacht) Mijn plek is op het podium. Je moet een studiekeuze al bepalen op 17 jaar. Ik had zes jaar Latijn gedaan en weet nog dat ik op het PMS aankwam: ‘Ik wil Filosofie doen’. ‘Je zou beter Psychologie doen. Dat is ook filosofisch geladen, maar praktischer naar een beroep toe’. ‘Ok’, antwoordde ik. ‘Dan volg ik Psychologie’. Waarom kies je een studierichting? Dat is zo triviaal eigenlijk. Ik had iets met talen of humane wetenschappen kunnen doen.”

Wil je op het podium een boodschap meegeven aan de mensen? Of is het je gewoon te doen om het plezier van het spelen?
Walschaerts: “Waar we mee bezig zijn, is niet alleen plezier. Dat kan ook pijn en worstelingen zijn, een muur waar je tegen botst. Ook spelplezier, ja. Maar een boodschap: nee. Je wilt de mensen zelf laten ontdekken en laten denken. Podiumkunsten is een dialoog met het publiek. Je wilt een verhaal vertellen. Maar je denkt niet ‘hoe komt het publiek naar buiten na de voorstelling?’”

 

MONO-MAN ZONDER KINDEREN

‘Ik drink niet meer’, vertelde je bij onze begroeting.
Walschaerts: “Ik drink al 5,5 jaar geen druppel meer. Ik heb genoeg gedronken voor de rest van mijn leven.”

Was het té?
Walschaerts: “Het was té, ja. Zeker. Ik zie mezelf als alcoholicus. Ik ben op een bepaald moment ineens gestopt. Veel moeite mee gehad. Maar nu ben ik er wel tevreden mee. Als je van een zware drinker naar helemaal-geen-drinker gaat, verandert dit je leven. Alles verandert. Ongelooflijk. Ik leefde vroeger op café. Ik zit nu bijna nooit meer op café. Ik spreek af met mensen om te gaan eten. Met twee of drie mensen babbelen vind ik veel leuker dan in een café te staan en met 80 mensen te moeten babbelen.”

Waarom of waardoor heb je de beslissing genomen?
Walschaerts: “Ik had elke dag een kater. Eerst zeg je enkele jaren tegen jezelf: ‘Verdoeme, ik ga vanavond wat minder drinken’. En dat lukte niet. Integendeel, je begint alsmaar meer te drinken. Op een bepaald moment las ik een boekje van Pepijn Lievens over zijn toenmalige coke-verslaving(Theaterschrijver en ex-acteur Pepijn Lievens schreef in 2008 het boek ‘Relaas van een stofzuiger’, MS). Ik was het aan het lezen in Griekenland, met een halve liter wijn naast mij om twee uur ’s middags. Ik was in de helft van dat dun boekje en ik dacht: ‘Ik stop er mee’. Ik heb sindsdien geen druppel meer gedronken. In juni 2013 zat ik opnieuw op datzelfde terras in Griekenland. En ik dacht: ‘Exact vijf jaar geleden ben ik hier gestopt met drinken’.”

Schrijf je tegenwoordig anders, nu je niet meer drinkt?
Walschaerts: “Ik schrijf nu veel meer. Drinken is een intensieve bezigheid, hè. Je moet uren in de kroeg zitten, je ligt ook langer in je bed en je staat op met een kater. Dat vraagt ongelooflijk veel energie en tijd. Eigenlijk ben je daar een halve mee bezig. Je kan perfect een dagtaak oeverloos lullen. Ik ben blij dat ik het meegemaakt hebt, dat heftige caféleven. Het was super. Maar niet om te blijven doen. De fase die nu aanbreekt, vind ik veel interessanter.”

Je had eigenlijk nog meer voorstellingen kunnen maken.
Walschaerts: “We hebben er al heel veel gemaakt. Maar ik schrijf nu nog meer, ja. Het is ook geen toeval dat ik zo’n solo als ‘Jongen toch’ heb gemaakt, tussen Kommil Foo door.”

Mag ik iets vragen of jouw liefdesleven?
Walschaerts: “Euh… ja.”

Jij hebt naar verluidt een ‘turbulent’ liefdesleven. Klopt dat?
Walschaerts: “Wel, ik ben serieel monogaam. Ik heb vijf echt intensieve relaties achter de rug. Maar mijn liefdesleven wordt soms uitvergroot. Ook omdat ik er veel over schrijf, en omdat bijna alle voorstellingen er over gaan.”

Wil je een serieel monogaam leven leiden?
Walschaerts: “Nee. Want dat is niet iets waar je voor kiest. Ik kies van natuur uit wel voor een partner. Ik ga er helemaal voor, investeer ook in zo’n relatie. Maar ik ben blijkbaar niet de mens om een heel leven mee samen te zijn. Denk ik nu. Maar dat kan veranderen. Het moet echt de moeite waard zijn om met twee te zijn, anders ben ik liever alleen. Die attitude is misschien de reden dat ik in de praktijk serieel monogaam ben.”

In de combinatie met jouw werk en met wat jij doet, is het misschien soms handiger om alleen te zijn?
Walschaerts: “Een traditioneel gezinsleven kan ik niet hebben. Ik ben bijna nooit thuis, bij wijze van spreken. En ik ben inderdaad iemand die focust. Ik doe bijna niets anders in mijn leven dan dit: lezen, schrijven en spelen. Ik heb geen hobby’s. Behalve een beetje sport misschien, anders word ik te vet. Ik noem mezelf altijd een ‘mono-man’. Niet zozeer op liefdesvlak, maar op de rest van de vlakken. Ik was als kind ook al zo. Mijn moeder zegt: ‘Jij had geen speelgoed’. Mich had alle soorten speelgoed. Ik moest dat niet hebben. Zodra ik kon lezen, was een boek genoeg. En dat is nog altijd zo. Ik weet niet of ik voor een vrouw zo’n interessante vent ben. Ik heb daar mijn twijfels bij. (lacht) Wat ik doe, dit beroep, valt zo goed samen met mij. Dat gaat zelfs boven het concept ‘geluk’. Geen enkele vrouw zou mogen vragen: ‘Ga je iets anders doen, want dan gaat het beter tussen ons’. Die vraag is onmogelijk. Op dat vlak denk ik nogal star.”

Je hebt geen kinderen. Is dat een bewuste keuze?
Walschaerts: “Ik geloof weinig in bewuste keuzes in het leven. Toeval speelt een enorme rol. Toen ik 30 was, kwam ik een fantastische vrouw tegen die ik zo graag zag dat ik kinderen wou met haar. Dat heb ik eigenlijk maar één keer gehad in mijn leven. We hebben enkele jaren geprobeerd om kinderen te krijgen, maar dat is niet gelukt. Dus voor hetzelfde geld had ik nu een zoon of dochter van 18. Had even goed gekund. Dan had mijn leven misschien anders geweest. Want zonder kinderen kan je zeer mono zijn, hè. Als je er hebt, kan je minder mono leven. Kinderen vragen heel veel van een ouder.”

Maar kinderen krijgen is nooit gelukt, begrijp ik?
Walschaerts: “Inderdaad. Kinderen hebben is voor mij biologisch bijna niet mogelijk. Maar dat is nooit dramatisch geweest voor mij. Mijn creativiteit is mijn kind. Ik geniet er elke dag opnieuw van om mijn handen vrij te hebben om te doen waar ik mee bezig mee. (tegen de fotograaf) Heb jij kindjes? – ‘Eentje.’ (tegen de journalist) En jij? – ‘Drie’. Wow, super. Als ik dat hoor, ben ik jaloers. (lacht) Niet op een manier van ‘ik had dat ook willen hebben’. Maar het moet wel super zijn, kinderen hebben. Het soort leven dat ik ook had kunnen leiden.”

Wat mogen we op jouw grafzerk schrijven?
Walschaerts: “‘Ik heb in mijn leven veel mensen graag mogen zien, en een aantal mensen onder hen echt graag’.”

 AM3K9180-920x613.jpg

AM3K9188-Edit-920x613.jpg

AM3K9207-920x613.jpg

AM3K9220-920x613.jpg

AM3K9223-920x613.jpg

AM3K9227-920x613.jpg

AM3K9230.jpg

AM3K9231.jpg

AM3K9234-920x613.jpg

AM3K9240.jpg

AM3K9241.jpg

AM3K9244-920x613.jpg

AM3K9247.jpg

AM3K9251.jpg

AM3K9254.jpg

AM3K9258.jpg

Bron: Intervista

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24-01-14

Interview met Raf en Mich (De Morgen)

- Door Liv Laveyne -

Botten breken, harten breken, met iemand breken, iets breken, potten breken. In de nieuwste cabaretvoorstelling van Kommil Foo, 'Breken', vegen de broers Raf en Mich Walschaerts de schervenbijeen.

In de voorbereiding naar een voorstelling babbelen de twee Kommil Foo-broers over alles. Politiek, wereldproblemen, het passeert allemaal de revue. “Maar eenmaal we aan het schrijven gaan, komen we toch weer uit bij het 'vehikel' van een relatie”, vertelt Raf Walschaerts. “Dat gaat over vertrouwen, wantrouwen, ontrouw, hoop, verdriet, elkaar kwetsen of troosten, samenleven of niet samenleven. Het is engagement en politiek op de vierkante centimeter.”

Broer Mich vult aan: “We zijn op de titel Breken gekomen toen we bezig waren met een lied - dat we inmiddels hebben afgevoerd - over 'stijlvol breken', in stijl ten onder gaan. Alleen thuiskomen, jezelf een glas single malt whisky uitschenken, neerzakken in de zetel en in duizend stukjes breken. Hoe raapt ge uzelf dan terug op?”

Breken is dus autobiografisch?

Raf: “ De voorstelling begint met de ene die belt naar de andere om halfdrie 's nachts en de andere vraagt: 'Wat scheelt er?' en de ene zegt: ' Het gaat niet'. Maar wie de ene of wie de andere is dat laten we in het midden. We zijn nu zover gekomen dat we eindelijk durven toegeven een autobiografische voorstelling te hebben gemaakt met die rem erop dat het gaat over een van ons of ons allebei. Maar je weet nooit over wie.”

Jullie vorige voorstelling 'Wolf' was een moeilijke bevalling.

Raf: “In vergelijking met 'Wolf' was het maken van 'Breken' een genot. Bij 'Wolf' zat onze echte autobiografie ons in de weg: onze kop was te vol, ons hart aan gruzelementen en onze mond verstomd. Dat is echt geen cadeau. Ik denk dat we nu de voorstelling gemaakt hebben over die zware periode waarin we ons toen bevonden, met dien verstande dat we er nu vanop afstand en veel zuiverder naar kunnen kijken. Het is zoals Bram Vermeulen met 'Rode wijn'. Hij heeft dat nummer pas kunnen schrijven 12 jaar na zijn scheiding.”

Mich: “We lopen meer en meer tegen de grenzen van onze eigen stijl aan. Als we naar ander toneel of cabaret gaan kijken, gebeurt het vaak dat we zeggen: 'Dat is straf, maar dat zouden wij nooit doen.”

Geen zin om eens radicaal met die stijl te breken?

Raf: “De weg wordt smaller in plaats van breder. Onze eerste programma's waren een mikmak van vondsten, we deden alles én meteen. Terwijl vooraleer we nu een nummer afwerken, mannekes toch! We lullen soms twee maanden over een tekst voor we zelfs maar aan schrijven denken! Het gaat puur over wat is er echt de moeite waard om het op een podium over te hebben. Terwijl we ons

vroeger die vraag veel minder stelden. Het is een mes dat aan twee kanten snijdt. Vroeger viel er wel eens onverwachts een appel uit de boom recht in onze mand, nu kijken we van te voren al welke appels we willen plukken.”

Mich: “Ik heb het gevoel dat we daardoor een voorstelling gemaakt hebben waar nog minder ruis op zit. Elke letter die we zeggen, elke noot die we spelen is essentieel. Ik denk dat dit de meest coherente voorstelling is die we ooit gemaakt hebben.”

Jullie hebben voor het eerst ook met open repetities gewerkt.

Raf: “We hebben enkele open repetities, telkens voor een kleine vijftig man, georganiseerd in de zaal van muziektheater LOD. Dat was erg interessant. Omdat het zo hoort vraag je achteraf aan de toeschouwers wat ze ervan vonden, maar eigenlijk is dat zelfs overbodig. Je merkt aan de reacties tijdens de voorstelling wat werkt en wat niet, wat ze begrijpen, voelen en waar je hen kwijtspeelt. We hebben uitgezonderd één nummer al ons liekes weggesmeten. Hoe dat komt? Het is geen wiskunde of mechanica. Er is zoiets als timing en dergelijke, maar uiteindelijk gaat het toch over zoiets ongrijpbaars als 'klopt het of niet?'. Voor ons en voor het publiek. Op een podium staan zien we echt als een gesprek aangaan met het publiek. We zijn vertellers, geen toneelspelers.”

Mich: “De dramatische serieuze songs hadden we al maanden klaar, maar om de juiste sfeer te vinden waarbij mensen genoeg kunnen lachen om dan een gebroken hart lied op hun boterham te krijgen, dat bleek het moeilijkste. Je mag ook niet de fout maken van 178 diepzinnige gedachten in één voorstelling te willen steken. Een voorstelling moet kunnen ademen. Er moet flauwekul tussen zitten, dat heb je nodig om het volgende te kunnen slikken.”

Raf: “Vroeger probeerden we die lach en traan altijd te vermengen. Maar ik merk dat we steeds meer ook van die heel eendimensionale, bijna blues nummers durven spelen waarin er niet één grap zit. De tegenstelling tussen lach en traan wordt almaar groter in ons werk.”

Actrice Ineke Nijssen is opnieuw jullie regisseur. Hoe belangrijk is haar invloed?

Raf: “We volgen het parcours van haar bij Toneelgroep Ceremonia al erg lang. Ik hou van die groteske speelstijl, het uitvergrote waarin tegelijk een ongelooflijk kwetsbaarheid en schrijnende humor schuilt. Ineke is daar een meester in. “

“Ik heb niets tegen moppentappers. Maar op scène wil ik een kwetsbaar iemand zien die zich niet gewapend heeft met trucs en vals cynisme of gewoon de zaal plat van het lachen willen krijgen. Versta me niet verkeerd, dat kan fantastisch zijn, maar niet als het alleen maar verdediging, een façade is. Je wil toch iemand écht zien op de scène. Na al die jaren spelen is voor mij alleen kwetsbaarheid nog echt interessant op een podium.”

Mich: “Breken associeer ik niet met onmacht, het vraagt om kracht. Jezelf toelaten om te breken, dat vergt durf. Het is beter om af en toe eens in duizend stukken uiteen te vallen en jezelf weer bijeen te rapen. Breken is beter dan buigen want van buigen wordt je veertje op den duur slap.”

Bron: De Morgen, 27 april 2012

Concertnews.be.jpg

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

23-01-14

Het Dilemma (De Standaard)

In deze rubriek stellen we een cultuurminnend persoon voor een paar keuzes uit het cultuuraanbod van het weekend.

Raf Walschaerts is muzikant, cabaretier en schrijver. Hij en zijn broer Mich, samen Kommil Foo,  reizen door Vlaanderen met hun voorstelling ‘Breken’. Walschaerts acteerde ook in ‘Violet’, de debuutfilm van Bas Devos die deze week geselecteerd werd voor het Filmfestival van Berlijn.

De nieuwste van Haruki Murakami, ‘De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren’ of de eerste ‘Uitgelezen’ van het jaar (22/1, Vooruit, Gent)

‘Zonder twijfel Uitgelezen. Het is een tof concept en ik vind het zalig om anderen over boeken te horen spreken. Van Murakami heb ik alleen Norwegian wood gelezen – wat toevallig voor Uitgelezen was. Een mooi boek, maar die nieuwste is voor mij geen must. Boeken komen vanzelf wel mijn kant uitwaaien, maar ik wil ook nog bewuster kiezen wat ik lees. Bovendien lees ik steeds meer op het internet – dat ik even interessant en waardevol vind.’

 ‘Shylock’ van Jan Decorte (vanaf 23/1, Minard, Gent) of ‘Comedy total: ’Nuff said’, een vierdelige reeks met de hoogtepunten uit de gelijknamige shows (vanaf 19/1 op Canvas)

Shylock wil ik zeker zien. Tijdens repetities halen Mich en ik Hamlet van Jan Decorte nog altijd aan, als bron van inspiratie, omdat zijn werk zo doorgedreven is. De vorm en taal zijn naïef en helder, grappig en toch ontroerend, door de weergaloze manier waarop hij Hamlet speelde.’ ‘Het klinkt misschien gek gezien mijn achtergrond, maar ik kijk niet veel comedy. Ik haal mijn inspiratie liever uit literatuur of theater, uit iemand als Jan Decorte, die zich niets aantrekt van wat anderen van hem denken.’

De preselectie Humo’s Rock Rally (24/1, Vooruit, Gent of 25/1, De Posthoorn, HamontAchel) of ‘Djangofolllies’ met Koen De Cauter (14 tot 31/1 op verschillende locaties in Vlaanderen)

‘Mich en ik zaten in 1990 zelf in de Humo’s Rock Rally, samen met Gorky en Noordkaap. Het is een belangrijke wedstrijd, maar ik volg rock niet meer. Er is zo veel te horen, wat er echt bovenuit steekt, zal ik vanzelf wel ontdekken. Ik ben een jazzliefhebber, dus onvermijdelijk hou ik ook van Django Reinhardt. Voor Koen De Cauter heb ik veel respect, alsook voor zijn zonen. Dat uniek muzikantenschap vind ik zeker waardevol.’ (cj)

 

Bron: De Standaard, 18-19 januari 2014

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

22-01-14

Balette - Artistieke landelijke verlichting

Referentie Raf Walschaerts

Balette.jpgLicht1.jpg

Licht2.jpg

Licht3.jpg

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-01-14

Fragment De Bestanden 2013

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

14-01-14

Café De Spaanse Vloot (ATV)

 

Kommil Foo in "Wakker op Zondag" (ATV) op 12 januari 2014.

 

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-01-14

Klein Magazijn (Theaterauteurs brengen 'kookboek' uit)

dinsdag 31 december 2013 om 06u00

Klein MagazijnKlein-Magazijn.jpg

Raf Walschaerts gebruikt salami als leeswijzer, Dimitri Leue vangt muizen met jeugdtheaterteksten en Jan Sobrie vindt een jeugdtheatertekstenbundel de perfecte pureestamper… Kortom, de drie zetten al hun fantasiemiddelen in om de nieuwste jeugdtheaterbundel ‘Klein Magazijn 5’ – waarin een van hun teksten prijkt – als lekkers aan te prijzen. Terecht.

Dit is de vijfde bundel in de reeks. Dat er een decennium ligt tussen nummer vier en nummer vijf vertelt veel over het jeugdtheater waar sterke teksten de afgelopen jaren een minder grote prioriteit leken. Of beter: de kwaliteit van de meest jeugdtheaterteksten was nogal matig.

Nu ligt dan toch een ‘lekkere’ bloemlezing op tafel. Elf jeugdtheatergezelschappen kozen op vraag van Wouter Hillaert en Paul Verrept (samen met Esther Severi vormen zij Uitgeverij Bebuquin) een stuk uit het eigen oeuvre (vanaf 2000). Thema: het leven is (g)een spel. De teksten moesten aan twee criteria voldoen: overeind blijven als leestekst en leerkrachten/ theaterdocenten prikkelen om zelf aan de slag te gaan.

Het resultaat is een bonte verzameling aanstekelijke teksten die samen het jeugdtheater van de afgelopen tien jaar portretteren.  De bundel toont hoe dat theater terug sprookjes durfde te besnuffelen. Zoals De koning zonder schoenen van Raf Walschaerts, wiens pen zo vol ritme zit dat zijn tekst leest als an een rotvaart en bijna te zingen is. Ook Ellen Schoenaerts laat de muziek een belangrijke rol laat spelen in haar sprookje en jeugdtheaterdebuut Cézar de Eigenaardige. De bundel toont ook hoe in dat jeugdtheater klassiekers zoals Shakespeare’s Othello aangewend werden voor een heus taalkunstwerk (Leues Azen) of een ernstig kinderspel (Jo Roets’ en Greet Vissers’ Othello-bewerking). Terwijl Herman van den Wijdeven een andere klassieker, De drie musketiers, gebruikte om een klassiek jeugdtheaterthema (ouder-kindrelaties) speels uit te werken. En dat de fantasie nog steeds welig kan tieren blijkt evengoed uit deze bundel in, bijvoorbeeld, Fleur Hendriks’ Botst het niet dan klinkt het of het Arabisch getinte Love in Babylon van Johan Buytaert.

Maar vooral (en eindelijk) weerklinkt in deze gebundelde jeugdtheaterteksten niet zozeer een verheerlijing van de kinderwereld maar een scherpe stem waarmee de lelijkheid van de wereld in heldere maar niet van humor noch van hoop gespeende woorden geformuleerd wordt. Joost Vandecasteele en Joris Van den Brande slagen daar voortreffelijk in met Sorry voor alles, evenals Jan Sobrie en Geert Vandyk die met Remember Me een pakkend stuk over vooroordelen en pesten schreven of Hanneke Paauwe die poëzie aan vlijmscherpe maatschappijkritiek koppelt in Miss Moskou en de potloodmoordenaar. En met Ruth Mellaerts is ook de jonge garde vertegenwoordigd. Al schreef zij een verdienstelijke tekst die nog niet de eigen(zinnig)heid bezit waarover de pennen van Walschaerts, Leue, Sobrie (met Vandyck), Paauwe en Vandecasteele (met Van den Brande) wél al beschikken.

 

Die eigenzinnigheid maakt hun teksten tot steengoede, grappige gevatte, aanstekelijke en scherpzinnige theaterteksten waarvan de wereldverbeterende schwung een gevolg maar gelukkig geen vertrekpunt is. Hopelijk laat Klein Magazijn nummer zes geen decennium op zich wachten. De wereld heeft nood aan zulke (theater)koks.

Bron: Focus Knack

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-12-13

Ik hou niet meer van mij

Klik op onderstaande foto om het fragment te bekijken.

allesgoed.jpg

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-12-13

Benefietconcert En Passant

Op 26 januari 2014 speelt Kommil Foo, samen met Mathias Sercu, Maaike Cafmeyer en Frans Van der Aa, een benefietconcert ten voordele van het netwerkpunt ASS. 

Het netwerkpunt ASS, "en pASSant", is een initiatief in Ledeberg (Gent) voor personen met autisme & (rand) normale begaafdheid. Initiatiefnemers zijn het Ortho agogisch centrum OC De Beweging uit Gijzenzele en het MFC Sint Gregorius uit Gentbrugge. Het wil een antwoord bieden aan de noden die bij deze doelgroep leven in de provincie Oost-Vlaanderen.

Klik op onderstaande afbeelding voor info & tickets.

benefiet_netwerkpuntASS_ori.jpg

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

07-12-13

Maak van je passie je beroep (Knack, 2008)

Soms kan het raar lopen. Je hebt een diploma op zak en je gaat toch een andere richting uit. Raf Walschaerts studeerde psychologie, maar verdient zijn brood op de planken. Filippe Van de Craen, een bio-ingenieur, werkt nu als muziekmanager.

Naam : Raf Walschaerts

Leeftijd : 43

Studie : psychologie

Beroep : cabaretier bij Kommil Foo

Waarom koos je voor psychologie?

RAF WALSCHAERTS: Dat kwam door het PMS, het huidige CLB. Ik zag wel iets in filosofie, maar zij vonden psychologie praktischer. Daar is de keuze dus op gevallen. Muziek en theater waren toen al een passie, maar ik wist niet dat ik daarvan mijn beroep kon maken. Ik besefte ook niet dat er scholen zoals Studio Herman Teirlinck bestonden. Om maar te zeggen hoe weinig ik toen wist over studierichtingen.

Heb je veel aan die studie gehad?

WALSCHAERTS: Hoe lullig het ook klinkt, ik draag die algemene vorming nog altijd met me mee. Op het podium, maar ook ernaast. Ik heb er wijsheden opgepikt waaraan ik nog altijd veel waarde hecht.

Jullie begonnen met Kommil Foo toen jij nog studeerde. Kwam je studie op de eerste plaats?

WALSCHAERTS: De twee stonden elkaar niet echt in de weg. Ik begon nooit te studeren voor februari, maar ik slaagde wel altijd. Toen kon dat nog. (lacht) Ik ging in mijn studententijd ook heel veel uit. Daarnaast schreef ik songs en we versierden wat optredens. Tegen de tijd dat ik afstudeerde, werden we bekender. Ik besloot dat ik me voorlopig op Kommil Foo zou concentreren. Intussen zijn we twintig jaar later.

Mocht het ooit fout lopen met Kommil Foo, zou je dan nog als psycholoog gaan werken?

WALSCHAERTS: Ik denk het niet. Ik vrees dat ik een hopeloos verouderde psycholoog zou zijn. Wat ik nu doe, is voor mij trouwens veel meer dan een beroepskeuze. Het is - om een beladen term te gebruiken - bijna een roeping. Ik denk niet dat ik hier ooit nog mee stop. Op de planken kan ik volgens mij veel meer voor iemand betekenen dan als psycholoog.

Bron: Knack, 03 december 2008 

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |