21-05-14

DUBIO.

Een corpulente man, naast mij op de bank in de trein. Vroeg me wat ik schrijvende was. Een column dus, voor de krant, over de nakende verkiezingen. Ach zo. (koel) Wenste me veel succes. Zelf had hij afgehaakt. Wegens ergernis. Geen interesse meer in het politieke circus. Veel te weinig inhoud in het debat. Inhoud, dat moet toch de essentie zijn, nee? Zo’n politicus, dat praat, dat discussieert, dat lult maar door: over pensioenen, over migratie, belastingen, werkgelegenheid, klimaat, kans-armoede, economie, ethische thema’s ook als abortus, euthanasie… Kunnen we alsjeblief over zaken praten die er toe doen, mensen? Alles, werkelijk àlles is goed om het toch maar niet over inhoud te moeten hebben! (en dat met grote stelligheid beweerd, zonder enige aarzeling).

Daarover moest ik maar eens schrijven in de krant! Bij deze.

Inhoudelijk hoogst absurd, de corpulente woordenvloed, dat zeker, maar mij fascineerde veeleer de manier van spreken: zonder enige twijfel. Aarzel en twijfel participeren niet aan de verkiezingen. Mensen blijven of onverschillig, of hebben een uitgesproken mening. Twijfel is daar zelden mee gemoeid.

Ik hoor mensen vol vuur een standpunt verdedigen, ben dan steevast heel even stikjaloers (heerlijk moet dat zijn, zo’n onwankelbare overtuiging hebben)…waarna onmiddellijk de andere kant van de medaille me tanden-breed tegemoet grijnst, en de alles relativerende genuanceerde blik het spel overneemt. Links? Rechts? Confederaal? Federaal? Partijpolitiek au sérieux nemen ? Of net ontmaskeren als steriele particratie? En vervolgens wat?

Probeer je ogen open te houden, kijk over de muur, en word onverbiddelijk opgezadeld met een breed uitwaaierende vertwijfeling. Allemaal op conto van de complexe werkelijkheid en haar onhebbelijke gewoonte niet éénduidig te willen zijn. Ongemeen boeiend, daar niet van, maar knap vervelend als je rustig achterover wil leunen in je zaligmakend grote gelijk. Reality is a bitch.

Nog 5 dagen. Het zweet breekt me uit als ik eraan denk. Nog 5 dagen, en deze jongen heeft nog steeds geen idee. Dat rode potlood aan die ketting, dat verschoten gordijntje, die strenge voorzitter met zijn enge bijzitters… Angstdromen krijg ik ervan (in het holst van de nacht, badend in het zweet, rechtop in mijn armzalige bedstee).

‘Op de goei stemmen hé jongen’, zei mijn moeder 30 jaar geleden. ‘Tuurlijk wel, ma’, sprak de ervaren, wijze, volwassen man van 18, mét uitgesproken mening.

Van de huidige onzekere twijfelaar was nog geen sprake. Die lag ergens diep in mij heerlijk te ronken onder een warme, vertrouwde resem clichés.

Zijn beurt komt nu.

 

Hij is welkom.

 

Uit: De Morgen, 21/05/2014

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.