27-02-14

Ingelijst (De Standaard Avond)

Een ochtendlijke discussie aan de ontbijttafel in een hotel in Sneek (Friesland). Gisteravond een voorstelling gespeeld hier. Straks reizen we door naar Almere. En Jan Hoet die vannacht gestorven is.

'Wie is Jan Hoet?', vraagt Annie, de Nederlandse stagiaire podium-techniek die een paar dagen met ons mee reist. Een kunst-Belg roept Geert de licht-man. Een kunst-paus monkelt Mich, mijn collega-broer. 'Schilder of beeldhouwer?', vraagt Annie. 'Of meer performer?' Ze zag laatst in een museum een spiernaakte vrouw rondjes kruipen in een zandbak, bloedende knieën en de totale fysieke uitputting nabij. 'Meer performance', antwoord ik in een impuls. Ik zie plots in een flits Jan Hoet als performer. Een levenslange performance. Tot het bloeden van zijn knieën niet meer te stelpen was. Tot zijn hart was uitgeklopt. Tot zijn adem stokte. Jan Hoet de meester-provocateur, de passionele liefhebber, de expert, de enthousiasteling, de populist die zijn publiek wist te bespelen, de farizeeër in de tempel, het orakel, de zelfverklaarde wijsheid in pacht-hebbende en dus ook onvermijdelijk de kwetsbare, de clown, de publieke duizendpoot, de kleurrijke vlinder. Is dit alles, dit lange Jan Hoet-leven 1 grote performance geweest? Was alles opgezet spel? Was de kunst-paus zelf de kunstenaar? Heeft hij ons de hele tijd een neus gezet? Wij, het publiek dat volgzaam bejubelde wat de kunst-sjamaan selecteerde, en ons daarbij niet bewust waren van het feit dat wij op onze beurt onderdeel waren van een meta-performance. Briljant! Ongelofelijk! Zo zou hij het zelf gezegd hebben. Kan het echt waar zijn dat Mr Hoet een groot kunstenaar was? En echt niemand die dat beseft heeft toen hij nog in leven was?

Het antwoord op die vraag is ontegensprekelijk ja.

Tot spijt van wie het benijdt. Om de simpele reden dat elk leven een kunstwerk is. Excuses, ik bedoel: elk leven zou in potentie een kunstwerk kùnnen zijn…

Pardon? Kom op zeg, de meeste mensen lopen een leven lang in de rij, doen lijdzaam wat hun vader en moeder vòòr hen deden, bewandelen doodgemoedereerd de platgetreden paden…de meeste levens missen elke oorspronkelijkheid, toch? En is oorspronkelijkheid niet dé conditio sine qua non voor kunst?

Ik geloof het niet, geachte lezer. Ik geloof het niet dat er levens bestaan die oorspronkelijkheid mankeren. Ik geloof alleen dat een hoop mensen hun eigen oorspronkelijkheid niet onder ogen zien. Dat wel. De veelheid van kleine vreugdes, mislukkingen, keuzes en non-keuzes, verdriet, hoop, het roeien tegen de stroom in, euforie, pijn, angst voor de dood, innerlijke vrede, aanvaarding van wat onvermijdelijk is, de worsteling met de ondoorgrondelijkheid van het bestaan, de vlucht ook voor die worsteling, liefde, het uitblijven van liefde. Omarm die onwaarschijnlijke gelaagdheid van je bestaan en daar ligt je oorspronkelijkheid. Gooi ze op tafel, timmer er een kader rond, en hang ze aan een witte muur in een museum. 'Niet slecht, lang niet slecht'… zou Jan Hoet gezegd hebben.

 

Voor mij werkt het troostend, deze gedachte.

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.