08-02-14

“Wie het hardst roept, heeft het kleinste pietje”

09.01.2013

Wie de nieuwe Kommil Foo-voorstelling ‘Breken’ al heeft gezien, krijgt met de release van de dvd/cd de kans om tot in het kleinste detail het meesterschap van Raf en Mich Walschaerts te fileren. Maar niet alleen de mooie beelden in een uitgekiende regie overtuigen, de bijgevoegde cd met daarop vijf songs is meer dan sterk genoeg om op zichzelf te staan.

Kommil Foo is al twee decennia lang een keurmerk waarin de zoektocht naar de essentie van een woord, verhaal, beeld of gespeelde noot centraal staat. ‘Breken’ is dan ook een zeer pure en intieme voorstelling en net daardoor uitermate geschikt om ook op dvd in de huiskamer geconsumeerd te worden, al blijft een live-ervaring nog steeds ‘the real thing’. De manier waarop de kwetsbare mens met al zijn goede bedoelingen toch in een vat van leugens en bedrog kan ondergedompeld worden, geeft stof tot nadenken. En naast de dvd is er ook de cd waarvoor de broers met een volledige band de studio introkken.

Muzikaal gesproken staan jullie weer een trap hoger op de evolutieladder, niet?

Raf: «Het is moeilijk om daar zelf over te oordelen, maar ik ben wel zeer tevreden over het resultaat. We krijgen wel meer de vraag of we geen cd zouden kunnen maken zonder een voorstelling en dat zou best lukken, alleen is het niet onze core business. Elk lied dat we schrijven moet uitvoerbaar zijn binnen een theatercontext en dat bepaalt natuurlijk zeer veel. De liederen zijn daardoor zeer verhalend, gelaagd en complex. (lachend) Niet bepaald de gedroomde formule om een hit te schrijven.»

Voor deze release hebben jullie vijf nummers opnieuw opgenomen met een volledige band onder de productionele leiding van accordeonist en ­bandoneonspeler Gwen Cresens.

«In tegenstelling tot wat de gemiddelde cabarettier doet, mag het iets meer zijn wanneer we over de muziek spreken. We zetten de nummers uit een voorstelling niet zomaar op een plaat. We beschouwen zo’n opname als een volwaardig medium, alleen blijven we natuurlijk die link hebben met de voorstelling. Dat is nog iets anders dan een plaat opnemen met twaalf nummers die niet gebonden zijn door een bepaald thema. Maar met mijn verteltalent en het zangtalent van mijn broer zouden we best een ‘reguliere cd’ kunnen opnemen, al is dat niet aan de orde.»

Ben je dan nog verrast door die nummers wanneer je ze na een maandenlange intieme theaterbehandeling door de vingers van een hele band laat glijden?

«Natuurlijk ben je dan nog verrast en zeker na de mix van Jo Francken was ik helemaal in het reine met die nummers en de arrangementen. Vooral over ‘Potvis’ ben ik zeer tevreden. Toen ik dat geschreven had, was ik heel even bijzonder trots op mezelf en dat geeft een bijzondere kick. Ik heb echt lang getwijfeld over de opnames van deze plaat en er lang aan gesleuteld, maar uiteindelijk is alles op zijn plaats gevallen.»

‘Linkerschoen’ klinkt als een impressionist die schildert met noten.

«Mooi dat te horen, al heeft het heel wat versies nodig gehad om tot dit resultaat te komen. De tekst kwam er plots uit toen ik in bad zat. Noem het gerust een ‘lucky shot’, een gedachte die er in één gulp uitkwam en dan ook meteen werd vastgelegd. Impressionistisch dus. Verder hoeven we geen rekening te houden met een vaste popstructuur en kunnen we de tijd nemen om een verhaal te vertellen binnen een song. En we hebben nog nooit zo veel reacties gehad als op ‘Potvis’. Sommige mensen vertelden me dat ze het op de radio in de auto hoorden en stopten om geconcentreerd verder te kunnen luisteren. Dat is voor een groot deel ook de verdienste van de muzikanten die de sfeer perfect aanvoelden.»

Jullie komen zowel theatraal als muzikaal steeds dichter bij de essentie.

«Het is de enige weg die je kan volgen, de weg in de diepte. Anders lukt het niet om honderden voorstellingen te spelen en gefocust te blijven. Wanneer we nog maar één stap op het podium gezet hebben, verkeren we in een staat van opperste concentratie. We zijn best ontspannen in de coulissen voor we op moeten, maar wanneer je bijvoorbeeld in de Gentse Capitole speelt voor zo’n 1.500 man slik je nog steeds even. Het wordt dus best een spannend weekend.»

Het blijft me verbazen hoe jullie in enkele minuten een volledig verhaal kunnen vertellen. Terwijl je de essentie hoort op het podium, zorgt je geest gelijktijdig voor een bredere omkadering die de fantasie prikkelt.

«Daar werken we zeer hard aan. Daarom is het erg belangrijk om de sfeer en de boodschap of verhaallijn al in enkele minuten vast te leggen voor je aan een song begint. We geven de toeschouwer de nodige bagage mee in zijn hoofd en dan doet de fantasie en het inlevingsvermogen de rest. Ik ben er van overtuigd dat je een goed verhaal in één minuut aan de toog van een café moet kunnen vertellen terwijl je een pint bestelt. We doen al die repetities en try-outs dan ook om elk overbodig woord weg te filteren. En op die manier krijgen we een samenhangende voorstelling. Wanneer je aan het schrijven bent, heb je daar nog geen benul van. We beginnen met drie à vier uur bruikbaar materiaal en snijden dan stuk voor stuk al het overtollige vet weg. Goede grappen of nummers die de voorstelling niet dienen, moet je durven weglaten.»

Dat kan alleen maar omdat je ondanks de twijfel toch vertrouwen hebt in een goede afloop.

«Zo is het. Ondanks de twijfel toch vertrouwen hebben, want het zijn de twee polen waartussen je heen en weer laveert. Gelukkig worden we al jarenlang omringd door de juiste mensen en dat helpt om die constante onzekerheid tot iets moois te laten uitgroeien. Creativiteit is een klein, onzeker ventje dat tijd nodig heeft om tot volle bloei te komen. (lachend) Wie het hardst roept en de grootste mond opzet, heeft vaak het kleinste pietje.»

(Bron: Metro, Vief.be)

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.