24-01-14

Interview met Raf en Mich (De Morgen)

- Door Liv Laveyne -

Botten breken, harten breken, met iemand breken, iets breken, potten breken. In de nieuwste cabaretvoorstelling van Kommil Foo, 'Breken', vegen de broers Raf en Mich Walschaerts de schervenbijeen.

In de voorbereiding naar een voorstelling babbelen de twee Kommil Foo-broers over alles. Politiek, wereldproblemen, het passeert allemaal de revue. “Maar eenmaal we aan het schrijven gaan, komen we toch weer uit bij het 'vehikel' van een relatie”, vertelt Raf Walschaerts. “Dat gaat over vertrouwen, wantrouwen, ontrouw, hoop, verdriet, elkaar kwetsen of troosten, samenleven of niet samenleven. Het is engagement en politiek op de vierkante centimeter.”

Broer Mich vult aan: “We zijn op de titel Breken gekomen toen we bezig waren met een lied - dat we inmiddels hebben afgevoerd - over 'stijlvol breken', in stijl ten onder gaan. Alleen thuiskomen, jezelf een glas single malt whisky uitschenken, neerzakken in de zetel en in duizend stukjes breken. Hoe raapt ge uzelf dan terug op?”

Breken is dus autobiografisch?

Raf: “ De voorstelling begint met de ene die belt naar de andere om halfdrie 's nachts en de andere vraagt: 'Wat scheelt er?' en de ene zegt: ' Het gaat niet'. Maar wie de ene of wie de andere is dat laten we in het midden. We zijn nu zover gekomen dat we eindelijk durven toegeven een autobiografische voorstelling te hebben gemaakt met die rem erop dat het gaat over een van ons of ons allebei. Maar je weet nooit over wie.”

Jullie vorige voorstelling 'Wolf' was een moeilijke bevalling.

Raf: “In vergelijking met 'Wolf' was het maken van 'Breken' een genot. Bij 'Wolf' zat onze echte autobiografie ons in de weg: onze kop was te vol, ons hart aan gruzelementen en onze mond verstomd. Dat is echt geen cadeau. Ik denk dat we nu de voorstelling gemaakt hebben over die zware periode waarin we ons toen bevonden, met dien verstande dat we er nu vanop afstand en veel zuiverder naar kunnen kijken. Het is zoals Bram Vermeulen met 'Rode wijn'. Hij heeft dat nummer pas kunnen schrijven 12 jaar na zijn scheiding.”

Mich: “We lopen meer en meer tegen de grenzen van onze eigen stijl aan. Als we naar ander toneel of cabaret gaan kijken, gebeurt het vaak dat we zeggen: 'Dat is straf, maar dat zouden wij nooit doen.”

Geen zin om eens radicaal met die stijl te breken?

Raf: “De weg wordt smaller in plaats van breder. Onze eerste programma's waren een mikmak van vondsten, we deden alles én meteen. Terwijl vooraleer we nu een nummer afwerken, mannekes toch! We lullen soms twee maanden over een tekst voor we zelfs maar aan schrijven denken! Het gaat puur over wat is er echt de moeite waard om het op een podium over te hebben. Terwijl we ons

vroeger die vraag veel minder stelden. Het is een mes dat aan twee kanten snijdt. Vroeger viel er wel eens onverwachts een appel uit de boom recht in onze mand, nu kijken we van te voren al welke appels we willen plukken.”

Mich: “Ik heb het gevoel dat we daardoor een voorstelling gemaakt hebben waar nog minder ruis op zit. Elke letter die we zeggen, elke noot die we spelen is essentieel. Ik denk dat dit de meest coherente voorstelling is die we ooit gemaakt hebben.”

Jullie hebben voor het eerst ook met open repetities gewerkt.

Raf: “We hebben enkele open repetities, telkens voor een kleine vijftig man, georganiseerd in de zaal van muziektheater LOD. Dat was erg interessant. Omdat het zo hoort vraag je achteraf aan de toeschouwers wat ze ervan vonden, maar eigenlijk is dat zelfs overbodig. Je merkt aan de reacties tijdens de voorstelling wat werkt en wat niet, wat ze begrijpen, voelen en waar je hen kwijtspeelt. We hebben uitgezonderd één nummer al ons liekes weggesmeten. Hoe dat komt? Het is geen wiskunde of mechanica. Er is zoiets als timing en dergelijke, maar uiteindelijk gaat het toch over zoiets ongrijpbaars als 'klopt het of niet?'. Voor ons en voor het publiek. Op een podium staan zien we echt als een gesprek aangaan met het publiek. We zijn vertellers, geen toneelspelers.”

Mich: “De dramatische serieuze songs hadden we al maanden klaar, maar om de juiste sfeer te vinden waarbij mensen genoeg kunnen lachen om dan een gebroken hart lied op hun boterham te krijgen, dat bleek het moeilijkste. Je mag ook niet de fout maken van 178 diepzinnige gedachten in één voorstelling te willen steken. Een voorstelling moet kunnen ademen. Er moet flauwekul tussen zitten, dat heb je nodig om het volgende te kunnen slikken.”

Raf: “Vroeger probeerden we die lach en traan altijd te vermengen. Maar ik merk dat we steeds meer ook van die heel eendimensionale, bijna blues nummers durven spelen waarin er niet één grap zit. De tegenstelling tussen lach en traan wordt almaar groter in ons werk.”

Actrice Ineke Nijssen is opnieuw jullie regisseur. Hoe belangrijk is haar invloed?

Raf: “We volgen het parcours van haar bij Toneelgroep Ceremonia al erg lang. Ik hou van die groteske speelstijl, het uitvergrote waarin tegelijk een ongelooflijk kwetsbaarheid en schrijnende humor schuilt. Ineke is daar een meester in. “

“Ik heb niets tegen moppentappers. Maar op scène wil ik een kwetsbaar iemand zien die zich niet gewapend heeft met trucs en vals cynisme of gewoon de zaal plat van het lachen willen krijgen. Versta me niet verkeerd, dat kan fantastisch zijn, maar niet als het alleen maar verdediging, een façade is. Je wil toch iemand écht zien op de scène. Na al die jaren spelen is voor mij alleen kwetsbaarheid nog echt interessant op een podium.”

Mich: “Breken associeer ik niet met onmacht, het vraagt om kracht. Jezelf toelaten om te breken, dat vergt durf. Het is beter om af en toe eens in duizend stukken uiteen te vallen en jezelf weer bijeen te rapen. Breken is beter dan buigen want van buigen wordt je veertje op den duur slap.”

Bron: De Morgen, 27 april 2012

Concertnews.be.jpg

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.