23-11-13

Passie versus veiligheid: “The story of my life”

Raf Walschaerts: Passie versus veiligheid: “The story of my life”

In het kader van de rubriek Uitgelezen in De Morgen troffen we Raf Walschaerts (Kommil Foo) woensdag in de Leuvense stadsbibliotheek Tweebronnen. Op het programma stonden drie muzikale boeken waarrond werd gedebatteerd. Wij peilden naar Rafs literaire en levensliefdes.

Veto: Zeg eens eerlijk: heb je alle boeken gelezen? Musicophilia kan je moeilijk bedliteratuur noemen.

Raf Walschaerts: «Dat boek heb ik inderdaad zeer diagonaal gelezen. Ik studeerde vroeger psychologie en ik zat precies terug in de blok. (lacht) De andere boeken waren heel interessant. Vooral Norwegian Wood was mooi. Het liefdesverhaal in dat boek leunt aan bij dat van mezelf. Het klonk als the story of my life. Je moet altijd een vorm van verbondenheid voelen met een boek. Dat hoeft niet persé herkenning zijn. Zo lees ik graag Gerard Reve en die praat over meedogenloos mooie jongetjes. Daar herken ik mezelf helemaal niet in maar toch vind ik het fantastische literatuur.»

Veto: Wat maakt literatuur dan tot goede literatuur?

Walschaerts: «Zoals elke kunstvorm moet het je raken. Dat is natuurlijk smaakgebonden maar ik moet wel onmiddellijk ‘gepakt’ worden door een boek. Liefde in tijden van cholera van Marquez is mijn lievelingsboek. Het mooiste boek ooit geschreven. Ik was ontroerd toen ik het las. Niet dat ik me ga identificeren met personages. Stilistisch kan een boek me immers ook raken. Als de vorm goed zit, net zoals bij muziek of cabaret, dan is de inhoud niet altijd belangrijk. Goede literatuur zit binnen een afgebakende vorm. In een deftige roman staat geen enkele flutzin en ook een goede song zit in een gedefinieerde vorm.»

glijbaan

Veto: Kan je je eigen stijl of die van Kommil Foo dan omschrijven?

Walschaerts: «Er is een verschil tussen wat ik daarover denk en wat het gros van ons publiek denkt. Negentig procent van de Vlamingen kent ons van televisie wat een zeer vluchtig medium is. Je kan eigenlijk maar één procent laten zien van wat je werkelijk wil. Daarom maken we geen televisie meer. We willen ons niet meer inschrijven in een format. Die ene procent vertegenwoordigt dus ook niet echt onze stijl. Onze voorstellingen zijn een mix van humor en ‘au sérieux’. In het ideale geval zou het publiek op een glijbaan moeten zitten waar ze soms moeten bleiten en soms heel hard lachen.»

Veto: Een beetje bitterzoet dus?

Walschaerst: «Zo kan je het noemen, maar ook blues en slapstick. Ik hou van blues. Dat is authentieke misérie uitschreeuwen, maar ik hou ook van onnozele humor. Die twee zaken versterken elkaar op een podium. Als je erg hebt moeten lachen sta je open voor ontroering en vice versa.»

Veto: Jullie schrijven de shows in Griekenland, zou je dat niet in België kunnen?

Walschaerts: «We schrijven de shows eigenlijk in België maar we gaan altijd een maand naar Griekenland om in paradijselijke omstandigheden de eerste ideeën op papier te zetten. Een show schrijven duurt een jaar. We doen eerst vijftig try-outs in Nederland alvorens we in première gaan. Dat is een deel van ons repetitieproces voor ons.»

Veto: Mark Uytterhoeven heeft Kommil Foo in Nederland ontdekt. Hoe benaderde hij jullie?

Walschaerts: «We waren absoluut nog niet bekend in Nederland. We speelden in een klein achterafzaaltje voor misschien zestig mensen. Uytterhoeven zat op de eerste rij toen we opkwamen en we dachten : Shit! In de pauze kwam hij naar ons toe en vroeg of we geen zin hadden om mee te werken aan zijn volgend programma, Morgen Maandag. Vlak daarvoor had hij het Huis Van Wantrouwen gemaakt en dat was een enorme hype. We zijn toen ingegaan op zijn verzoek, maar dat zouden we nu misschien niet meer doen. Morgen Maandag was in die fase heel goed voor onze carrière. We willen nu niet meer functioneel in iets passen.»

Veto: Door wat laat je je beïnvloeden bij het schrijven van een voorstelling?

Walschaerts: «Zowel door literatuur als door muziek. Dat gaat soms over één zin die ik ergens lees. Dan pen ik dat neer en dan blijft dat een jaar liggen. We zijn niet zo goed dat we de pretentie hebben te beweren dat we nergens door worden beïnvloed. Ook andere cabaret kan inspirerend werken. Jammer dat cabaret nog weinig wordt gemaakt. Tegenwoordig is bijna alles stand-up»

Veto: Ben je je broer nog niet beu?

Walschaerts: «In geen geval. We zijn goede broers en staan dicht bij elkaar. Bovendien zijn we artistiek complementair. Ik zit bij wijze van spreken drie jaar aantekeningen te maken, na te denken en ideeën op bierkaartjes te schrijven en hij kan supergoede dingen in een vingerknip bedenken. Dan denk ik — dat moet het zijn. We zijn heel anders en dat is juist goed. Moest ik denken dat ik het beter kon uitwerken met iemand anders, waren we reeds lang uit elkaar en dat geldt ook voor hem. We werken harmonieus samen en dat is fantastisch. Je hebt twee soorten duo’s, degene die elkaar harmonieus aanvullen en degene die compleet tegengesteld zijn. Freek De Jonghe en Bram Vermeulen waren kat en hond maar dat werkte ook.»

Veto: Jullie wonnen vorig jaar de Poelifinario-prijs voor het beste cabaret? Is dat belangrijk om naar te streven?

Walschaerts: «Op zich zijn prijzen niet belangrijk maar ze strelen wel het ego en zijn leuk om te krijgen. Ik heb geen gêne om dat toe te geven. Mensen die zeggen dat het hen niets doet om een prijs te krijgen geloof ik niet. Het zou leuk zijn om de Poelifinario terug te krijgen. Die uitreiking vertegenwoordigt de beste voorstelling van het jaar in Nederland. Een prijs is als een recensie met vier sterren. Je kan niet in een cocon optreden. Als je optreedt wil je applaus of boegeroep, maar je wil iets.»

opvoeden

Veto: Wat vinden jullie ouders van de optredens?

Walschaerts: «Onze ouders zijn de meest trotse ouders die je je kan inbeelden. We hebben ze werkelijk moeten opvoeden en uitleggen dat ze in een schouwburg niet met tweetjes een staande ovatie mogen geven. Dat is gênant voor ons. Ze komen nog steeds elke maand kijken. Als we een voorstelling driehonderd keer spelen, komen ze toch wel een dertigtal keer langs.»

Veto: Wil je zelf kinderen?

Walschaerts: «(lacht) Ik ben juist tien dagen terug vrijgezel, en dat op mijn tweeënveertigste, dus ik vrees ervoor. Mijn liefdesleven blijft zeer woelig. Misschien is het een soort onrust binnen mezelf. Waar ik op mijn twintigste mee worstelde, worstel ik tot mijn eigen verbazing nog steeds mee: passie tegenover veiligheid. Als het te lang veilig is zoek ik de passie elders weer op en dat wordt na een tijd weer veilig. Het lijkt een redelijk infantiele cirkel waarin ik inzit, maar ik ben er nog niet uit.»

Veto: Het is een symptoom dat bij veel grote literatoren voorkomt. Misschien is dat een troost?

Walschaerts: «Ik beschouw het als een compliment (lacht)»

Veto: Vind je die tegenstelling tussen passie en veiligheid ook terug in je boekenkast of koop je nooit gericht boeken?

Walschaerts: «Ik koop zelden gericht boeken in die betekenis. Wel kan ik alle boeken van een goede schrijver kopen. Zo heb ik bijvoorbeeld alles van Marquez. Ook de boeken van Rushdie bezit ik allemaal, hoewel ik zijn laatste twee niet zo geweldig vond. Het is niet zo dat ik trots ben op een bepaald item in mijn bibliotheek. In die zin ben ik geen materialist. Een beetje luxe schuw ik niet, maar ik heb niets om het te hebben. Ik ben de laatste persoon om een postzegelverzameling te beginnen (lacht). Ik bezit ook bijna geen meubels. Eigenlijk leef ik nog heel studentikoos.»

idolatrie

Veto: Wie krijgt het meeste fanmail?

Walschaerts: «Tegenwoordig hebben we een guestbook op de website, dus je bent enorm bereikbaar voor het publiek. Dat was vroeger niet zo. Bijna alle reacties gaan ook over de voorstellingen en dat is een fijn gevoel. Soms gebeurt het wel dat meisjes fanmail sturen. Dat is verschrikkelijk. Vervelende idolatrie en flauwekul. Ze kennen ons immers niet. We zijn geen popsterren en ook geen achttien meer. Meisjes van twintig die schrijven aan mannen van veertig, dat klopt niet.»

Veto: Een jonge vrouw is dus niets voor jou?

Walschaerts: «Nochtans heb ik meestal jongere vriendinnen. Ik heb zes jaar een relatie gehad met een vrouw die veertien jaar jonger was. De kans is natuurlijk veel groter dat het klikt met iemand van je eigen leeftijd, maar zij was heel rustig. Dat is dus zeker niet stukgelopen op leeftijd anders was dat wel eerder gebeurd.»

Veto: Wanneer komen jullie nog eens naar Leuven?

Walschaerts: «Volgend jaar in maart spelen we een week in Leuven. Het vervelende is dat die voorstellingen vaak een jaar op voorhand zijn uitverkocht. Je ziet veel dezelfde mensen terugkomen en dat is op zich wel tof, maar na een tijd is dat niet zo goed. Vele culturele centra werken immers met abonnementen. Voor studenten is dat bijvoorbeeld heel duur. Daarom hebben we vorig jaar een vijfde voorstelling onaangekondigd gegeven en toen was het publiek veel jonger.»

 

Gegevens:

Geschreven door Ann Van Beurden & Maarten Goethals

Categorie: Veto 3405

Gepubliceerd: 22 oktober 2007

 

 

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.