16-11-13

"Ik denk niet in hokjes" (jg39 Veto)

Navraag | Raf Walschaerts

PIETER ROMBOUTS

Raf Walschaerts is een aimabel man. Hij noemt onze fotograaf de beste ter wereld en stelt na afloop dat het een fijn gesprek was, “anders was het veel eerder afgelopen”.

We ontmoeten de grote broer in het duo Kommil Foo in de Leuvense Stadsschouwburg, voor de zevende editie van Living Roots.

Veto: Living Roots brengt muziekklassiekers opnieuw tot leven. Wat mogen bezoekers verwachten?

Walschaerts: «We spelen covers met een groep die ons als een geoliede machine door de set loodst. Het is de tweede keer dat ik meedoe als uithangbord, want zo’n concept vraagt om enkele bekende gezichten. Anders zit de zaal niet vol. Naast mij komen ook Gert Bettens en Brahim mee zingen.»

«Het genre doet er niet toe: ik zing vanavond bijvoorbeeld niet in het Nederlands. Brahim doet onder meer nummers van Marvin Gaye en Bill Withers. Ik kende hem niet zo goed, maar bij de eerste repetitie viel mijn mond open: die gast kan echt geweldig zingen!»

Veto: Jullie brengen werk van jullie grote voorbeelden?

Walschaerts: «Dat is de bedoeling, maar goed, voor tachtig procent van de muzikanten is Bob Dylan het grote voorbeeld. Het is vooral een kwestie van enkele juiste liedjes eruit te kiezen. Ik zie mezelf trouwens niet als iemand met de technische mogelijkheden om soul te zingen, maar in deze show breng ik wel een nummer van Curtis Mayfield.»

«Ik vind van mezelf dat ik maar heel af en toe kan zingen. Alles moet samenvallen: de tekst, de emotie… Hoe Mich en ik het brengen met Kommil Foo, leidt ertoe dat we een beetje kunnen acteren en beetje muziek kunnen spelen. Maar in vergelijking tot de groep die hier speelt, ben ik een houthakker. (Muzikant loopt binnen) Kijk, die gast bijvoorbeeld is een veel betere drummer dan ik.»

Drummer: «En een betere zanger ook.»

Walschaerts: «En hij heeft ook een veel grotere eigendunk.» (lacht)

Veto: Kom je vaak werk tegen dat je zelf had willen schrijven?

Walschaerts: «Constant. Toen we onlangs repeteerden, hadden we het over de bridge in The man in the long black coat van Bob Dylan. Dan voelt ge u heel klein.»

Veto: Zie je jezelf als een singer-songwriter?

Walschaerts: «Mja, wat is daar de definitie van? Met Kommil Foo schrijven wij onze eigen songs. Je hoeft niet met een mondstuk en een gitaar op een barkruk te zitten om singer-songwriter te zijn. Mich en ik luisteren sinds we klein waren naar Dylan en Neil Young, maar ook naar Prince, naar jazz… Ik durf altijd te denken dat dat in mijn muziek zit. Zelf denk ik niet in hokjes. We vertrekken gewoon uit onszelf en wat het wordt, wordt het.»

Veto: De rode draad bij Kommil Foo is altijd en overal de liefde.

Walschaerts: «De inspiratie is breder dan de liefde, maar we vallen er telkens weer op terug. Alles wat bij een relatie komt kijken, is zo dankbaar om over te schrijven: eenzaamheid, vertrouwen, ontrouw. Het gaat over engagement en politiek op de vierkante meter.»

Veto: Het spanningsveld tussen passie en veiligheid, noemde je het vijf jaar geleden in ons weekblad.

Walschaerts: «Amai, da’s mooi uitgedrukt, ik was dat ondertussen al vergeten (lacht). Maar dat blijft wel gelden. Veel van wat we brengen is ook autobiografisch, maar daarom niet altijd juist. Soms gebruiken we nog dingen die we twintig jaar geleden meemaakten. Dat is dan ook weer herkenbaar: niet voor iedereen, maar voor een heel aantal mensen.»

Veto: Komt dat eventueel door uw studies psychologie? Misschien heeft u daardoor meer inzicht op het menselijke brein?

Walschaerts: «Ach nee. Er zijn gewoon niet zo veel dingen waar je over kunt schrijven. Ga het er maar eens na: ongelooflijk veel teksten gaan over de liefde. Er zijn cabaretiers die beginnen te praten over hun bezoek aan de supermarkt, hoe ze daar een pak maandverband zagen staan, dat kochten en hup: ze zijn vertrokken. Dat is best grappig, maar dat kùnnen wij gewoon niet. Onze laatste shows gingen inderdaad bijna altijd over relationele dingen, maar misschien is dat de volgende keer helemaal niet het geval.»

Veto: Heb je bij sommige teksten soms achteraf het gevoel: het kon toch nog beter?

Walschaerts: «Nee, ik stel me die vraag zelfs niet. Als een liedje af is, is het af. Ik beluister of bekijk shows van vroeger ook niet meer terug. Nu, soms moet dat, bij de voorbereiding van onze De Luxetoer bijvoorbeeld. Maar er zijn maar weinig nummers die ik nu nog zou maken zoals we het toen deden. Als ik mezelf op de radio hoor, zet ik die af. Gelukkig gebeurt dat niet veel (lacht).»

Veto: Jullie doen het niet meer om populair te zijn?

Walschaerts: «Nee, al maken we uiteraard nog altijd theater om mensen te raken. Wij hebben de enorme luxe dat wij op een podium kunnen doen wat we willen doen en dat er nog volk komt kijken ook. Dat is echt chance hebben.»

«Mich en ik spelen een voorstelling zo’n driehonderd keer, verspreid over drie seizoenen. Er is niets dat zo veel vrijheid geeft als die structuur, de wetenschap dat je werk hebt. Niets geeft zo veel stress als te moeten schrijven in de hoop dat je hier en daar een voorstelling mag houden. »

Veto: Op dat vlak lijkt het leven van beginnende artiesten op dat van studenten: die willen een diploma halen in de hoop ergens aangenomen te worden.

Walschaerts: «Je kunt het inderdaad vergelijken met examens. Toen liet ik ook veel liggen tot de deadline naderde. Ik ging amper naar de les en had zelfs in januari mijn cursussen nog niet. Dat kon toen nog, wij hadden alleen examens in juni. Gelukkig kon ik goed blokken.»

«Ik heb mijn studies gedaan in combinatie met Kommil Foo. Mich was toen nog maar 16, ik 20. Op donderdagavond traden we op in een of ander zaaltje, mijn broer bleef de nacht van donderdag op vrijdag bij mij slapen en op vrijdag traden we dan nog eens op. In het weekend was ik garçon in Antwerpen, tussen acht uur ’s avonds en zeven uur ’s morgens. In die periode raakte ik langzaam maar zeker verslaafd aan drank. Nu ben ik al vier jaar nuchter, zonder ook maar een druppel aan te raken.»

Veto: De tol van het muzikantenbestaan?

Walschaerts: «Zoiets zeker? Een doordeweekse dag bestaat niet. Je hebt bovendien nooit een baas. Gelukkig is Mich op dat vlak totaal anders. Als we een voorstelling maken, heb ik bijvoorbeeld wel discipline. We spreken dan elke weekdag af om 10 uur om te babbelen, met veel koffie. Ook al lijkt het soms nergens naartoe te gaan, we blijven babbelen tot drie-vier uur. Zelfs het onnozelste kan aanleiding geven tot het begin van een sketch. En na enkele weken, maanden, krijgt zo’n show dan structuur. Vreemd genoeg gaat het uiteindelijk altijd over de liefde, terwijl we vaak over heel triviale zaken aan het lullen zijn.»

Veto: Vijf jaar geleden vertelde je dat je nog heel studentikoos was, dat je zelfs geen meubels bezat.

Walschaerts: «Daar is verandering in gekomen! Ik heb al enkele jaren een vriendin die een zoontje heeft. Ik had een appartement met in het midden een piano, maar na half acht mocht ik daar niet meer op spelen omdat de kleine sliep. Drie jaar geleden heb ik dan voor het eerst in mijn leven een huis gekocht.»

 

«Voor alles is een periode in je leven. Ik heb lang het gevoel gehad dat het bij wijze van spreken gisteren was dat ik nog studeerde. Ik ben ongelooflijk veel uit geweest, heb veel gedronken. Nu, ik heb geen spijt dat ik dat gedaan heb, maar ik ben blij dat ik het achter mij kan laten. Ik denk weinig na over welke richting ik uit ga, maar ik heb geen schrik om een bepaalde richting uit te gaan.»

walschaerts.jpg

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.