01-11-13

Morgen

MORGEN

Alsof ik een mug doodsla met mijn hand, zo raak ik de wekker: slaan om te hebben! Vervolgens langdurig zuchten en kreunen. Het hoofd beetje bij beetje naar jou toe draaien, moeizaam, als een oude man. Schrikken, een fractie van een seconde maar, van de lege plek in bed. En toch de nabijheid van je warme lijf bijna levensecht voelen. Het vederlichte ademen van je mond. Je zwarte haar gespreid over het kussen. Tussen droom en waken ziet een mens spoken, want je bent natuurlijk al lang beneden. Koffie zetten, sinaasappeltje persen, liedje meezingen met de radio. Vinden dat het fijn is om vroeg op te staan. Dat doe je nu. Dat doe je elke ochtend. Ik niet. Ik sukkel uit bed. Ook elke ochtend. Tast vergeefs naar mijn levensvreugde op het nachtkastje. Onvindbaar momenteel. Geduld. Straks komt ze uit eigen beweging naar me toe gekwispeld, gaat ze gezellig op mijn rechterschouder zitten. Ik stommel de keuken in. Jij zit op dat moment niet aan tafel, je bent op het toilet. Koffie, boterham, jas aan, bij de buitendeur denken: tot straks liefste! Roepen heeft geen zin, want op dat moment geef je de planten water in de veranda.

 

Door de regen naar Brussel: in een opname-studio een lied uitwerken met een paar collega-muzikanten. Een discussie zien ontstaan tussen de drummer en de gitarist over een klein detail in de muziek. Mezelf op de vlakte houden en zwijgen. Ondertussen denken aan jou. Hoe je zo graag nat wordt in de regen. Beetje eigenaardig trekje toch. Je zou in staat zijn om tijdens een plensbui moedwillig naar buiten te lopen, om dan gans doorweekt in schateren uit te barsten. Ontspannen op geheel eigen wijze noemen ze dat. Je bent prachtig. In de late namiddag terug thuis. Eitje bakken. Late lunch…zonder jou, want jij bent zo druk bezig in de tuin, dat je vergeet honger te krijgen. Ik loop de tuin in. Jij bent net even bij de buren om hun grasmachine te lenen. Er woont een mol onder ons gazon. Moeten we dringend paal en perk aan stellen, aan dat beest. Ik hoor het je zo zeggen. Mollen horen de wetten van de privacy te respecteren. Zo zou je het formuleren. Bloedserieus blijf je dan, alleen je ogen zouden de lach niet kunnen verbergen. Weer naar binnen. Schrijven aan deze column. Jij slaapt. Een middagdutje boven in bed. Ik heb zin om er over te praten met jou, over deze tekst. Maar ik laat je...maak je niet wakker. Als ik de slaapkamer binnen zou gaan, ben jij toch weer net weer in de badkamer om een douche te nemen. Toch heb ik zin om erover te praten. Omdat ik twijfel, aan mijn eigen hersenspinsels. Daar zou jij wel raad mee weten, met die twijfel. Laat de lezer zelf ontdekken waar de waarheid zich schuilhoudt, zou je zeggen. Die is daar best toe in staat. Die voelt feilloos aan waar de strijd gestreden wordt. Die leest perfect tussen de lijntjes dat de realiteit nu even te stekelig is om zomaar onder ogen te zien. Dat zou jij zeggen, mijn liefste. En je zou helemaal gelijk hebben.

 

Morgen zijn we samen. Ook morgen zal je steeds weer in de volgende kamer zijn, achter de volgende deur, aan het volgende kruispunt zal je staan wachten tot ik je oppik met de auto om samen naar huis te rijden. Morgen zijn we samen. Morgen. Elk nu, elk vandaag heeft een morgen. Gelukkig. Want morgen zijn we samen.

Raf Walschaerts voor deMens.nu 

1376634_573042406083816_1461709193_n.jpg

Gepost door Catherine K | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.